Convenant reductie milieu-impact potgrond en substraten

Op 18 november 2022 heeft een brede coalitie van partijen een convenant getekend met vergaande doelstellingen om de milieu-impact van potgrond en substraten te verlagen. De ondertekenaars hebben afgesproken om te komen tot een versnelling van het gebruik van hernieuwbare grondstoffen, hergebruik van substraten en voor een verantwoorde veenwinning waar dat nog nodig blijft. Ook gaat men een voorlichtingscampagne voor consumenten organiseren over gebruikte grondstoffen en de milieu-impact van potgrond.

De potgrond- en substraatsector heeft de verduurzaming van de producten voor de tuinbouw en consumentenmarkt prominent op haar agenda staan. Ingegeven door een breed gesteunde motie in de Tweede Kamer (Boswijk - Bromet juli 2021), die betrekking heeft op (een onderzoek naar) de reductie van veen in potgrond, hebben partijen nu met elkaar afgesproken te komen tot een versnelling van deze transitie naar verduurzaming van substraten.

Voor 2025 is de doelstelling te komen tot een groter gebruik van hernieuwbare grondstoffen (gemiddeld 35% voor professioneel gebruik, 60% voor de consumentenmarkt) en het gebruik van compost te verdubbelen tot 600.000 m3. Ook is afgesproken voor veengrondstoffen alleen nog gebruik te maken voor 100% verantwoord gewonnen veen (RPP-label of gelijkwaardig).

Voor 2030 is de doelstelling het percentage hernieuwbare grondstoffen verder te verhogen. Voor de consumentenmarkt is het doel om minimaal 85% hernieuwbare grondstoffen te gebruiken. Voor de professionele markt zal in 2023 een onafhankelijk onderzoek naar de beschikbaarheid en milieu-impact van grondstoffen inzicht en onderbouwing moeten geven voor een nieuwe doelstelling voor 2030.

Voor 2050 is de doelstelling alleen gebruik te maken van substraten die geen negatieve milieu-impact geven in de keten en CO2-neutraal zijn. Het percentage hernieuwbare grondstoffen moet dan minimaal 90% van het totale ketenvolume bedragen.

De vijftien ondertekenaars van het convenant zijn: de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, de minister voor Klimaat en Energie, VPN (vereniging potgrond- en substraatfabrikanten), namens de primaire landbouw de LTO-vakgroepen paddenstoelenteelt en boomteelt, Glastuinbouw Nederland en NFO, Plantum NL (veredelaars), Tuinbranche Nederland, BVOR, VGB (vereniging van groothandel bloemkwekerijproducten), de Vereniging van Bloemenveilingen, Stichting RHP (kenniscentrum en certificeerder substraten), Stichting RPP (Responsibaly Produced Peat) en stichting Turfvrij.nl.



BVOR en VPN zijn de ondertekenaars namens de producenten. Arjen Brinkmann, directeur van branchevereniging BVOR, benadrukt dat het een grote ambitie is om de totale hoeveelheid compost in substraten in 2025 met 100% te laten toenemen: “Hier ligt een mooie uitdaging voor de keten: voor overheden om groene reststromen te sturen naar hoogwaardigere toepassingen in teeltsubstraten, voor BVOR-bedrijven om kwaliteitsproducten te leveren en voor substraatfabrikanten om open te staan voor innovatie met deze hernieuwbare grondstoffen.”

BVOR heeft deze een aantal publicaties uitgegeven die met deze ambitie verband houden:
Bron: VPN, LTO, BVOR, RHP
Publicatie: 18-11-2022