'Noord-Brabant moet gevolgen van Uitvoeringsagenda Mest vergoeden'

Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant schrijven in de Uitvoeringsagenda Mest dat in 2030 alle drijfmest wordt bewerkt voordat het wordt toegepast om zo emissies te reduceren en de kwaliteit van bodem, water en lucht teverbeteren. Hans Verkerk van Cumela Nederland vindt dit een stap te ver is. “Er is niets mis met drijfmest".

De provincie kiest volgens Verkerk voor een kostbare route bij het toepassen van mest. “Er is niets mis met drijfmest. Het is een zeer goede en goedkope basismeststof. Ondernemers investeren jaarlijks miljoenen om met de modernste technieken te komen tot een optimale benutting. Wanneer kostbare machines voor het toepassen van onbehandelde mest vanaf 2030 niet meer bruikbaar zijn, moet hiervoor een vergoedingsregeling getroffen worden.


Een ander punt dat Cumela onbegrijpelijk vindt is dat de provincie als doel aangeeft het vervoer van drijfmest te willen verminderen. Met verplichte verwerking zal het transport van mest juist toenemen, stelt Verkerk. “Volgens dit plan moet de dikke fractie centraal tot waarde gebracht worden. Het verwerken van de dunne fractie kan bedrijfseconomisch vaak ook niet op bedrijfsniveau. Al die mest zal dus van en naar de bedrijven moeten worden vervoerd.” Cumela vreest daarnaast dat het niet mogelijk zal zijn om de extra mestverwerkingscapaciteit die nodig is voor deze regeling op tijd te realiseren.


Volgens de prognose van het Nederlands Centrum voor Mestverwaarding en het Planbureau voor de Leefomgeving ontstaat vanaf 2030 een landelijk tekort aan mineralen uit dierlijke mest. In de uitvoeringsagenda stelt de provincie Noord-Brabant echter te verwachten dat de provincie daarop een uitzondering vormt en in 2030 nog beschikt over een overschot. Brabantse bedrijven zouden in 2030 kunstmestvervangers en bodemverbeteraars uit dierlijke mest kunnen aanbieden voor de landbouw in andere provincies.

Bron: Cumela Nederland, 16/11/2022
Publicatie: 18-11-2022