Lagere nitraatuitspoeling uit grasland bemest met drijfmest vergeleken met KAS
De uitkomsten zijn relevant omdat melkveehouders de komende 3 jaar het gebruik van dierlijke mest op grasland moeten afbouwen. Hierdoor zou de nitraatuitspoeling naar het grond- en oppervlaktewater moeten afnemen. Voor grasland zou dat andersom kunnen uitpakken.
Blijvend grasland heeft al een relatief lage uitspoeling. Als het aandeel drijfmest in de bemesting hoger is, blijkt de uitspoeling nog lager. Afbouw van het huidige aandeel drijfmest, en aanvulling van het verschil met minerale meststoffen, zal op grasland de nitraatuitspoeling niet verlagen maar verhogen.
De experimentele resultaten zijn een bevestiging van een hypothese uit een eerdere literatuurstudie. Ook bevestigd werden eerdere hypotheses dat het verschil in uitspoeling tussen drijfmest en kunstmest KAS groter zou zijn na een droog dan na een ‘nat’ groeiseizoen, en dat nitraat ook in het groeiseizoen naar grotere diepte kan spoelen.
Bij vergelijking van de nitraatuitspoeling tussen de behandelingen was na het eerste droge groeiseizoen de gemiddelde nitraatconcentratie in uitspoelend water 73 milligram per liter bij bemesting met alleen KAS en 41 milligram per liter wanneer 60% van de KAS-gift werd vervangen door drijfmest.
Na het tweede veel nattere groeiseizoen waren deze concentraties respectievelijk 49 milligram en 32 milligram per liter. Bij een vergelijking van alleen KAS met alleen drijfmest waren de gecorrigeerde concentraties voor het eerste seizoen respectievelijk 44 milligram en 11 milligram per liter en voor het tweede groeiseizoen respectievelijk 30 milligram en 13 milligram per liter.
Het onderzoek was onderdeel van een groter onderzoek naar de werking van zeoliet, dat werd gefinancierd door het Mesdag Zuivelfonds, LTO Noord, de publiek-private samenwerking 'Ruwvoer en bodem', provincie Limburg en Waterleidingmaatschappij Limburg.