Uitvoeringsagenda mest Noord-Brabant vastgesteld
Dierlijke mest moet worden gebruikt op een manier die goed is voor boer, milieu en omgeving, en heeft een belangrijke plaats krijgen in de kringlooplandbouw. Het gaat er om de waardevolle bestanddelen uit mest te behouden en te gebruiken, en tegelijk overlast voor de omgeving te voorkomen. Dat zijn de belangrijkste uitgangspunten van de Uitvoeringsagenda Mest van de provincie Noord-Brabant die deze week door Gedeputeerde Staten is vastgesteld.
Provincie ziet mestverwerking als belangrijk middel voor kringlooplandbouw
In het beleidskader Landbouw en Voedsel streeft de provincie naar een landbouw- en voedselsysteem met een nieuw evenwicht tussen economie, ecologie en maatschappij. Kringlooplandbouw is daarbij een belangrijk uitgangspunt waarin mest een belangrijke rol speelt. Door mest niet meer te zien als afvalproduct, maar zo te bewerken dat deze weer gebruikt kan worden in de akker- en tuinbouw, wordt de kostbare voedingswaarde uit mest behouden en de kwaliteit van bodem, water en lucht verbeterd. De verwachting van de provincie is dat de mestmarkt op landelijk niveau zal kantelen van een overschot naar een tekortsituatie, maar dat er op Brabants niveau een overschot zal blijven.

Elies Lemkes-Straver, gedeputeerde Landbouw, Voedsel, Bodem en Brede Welvaart: “We willen kunstmest verminderen ten gunste van bewerkte dierlijke mest. Dat wordt in de huidige tijd steeds noodzakelijker. Helaas wordt mest, hoe waardevol ook, vaak geassocieerd met overlast. Conform onze omgevingsvisie streven we naar een gezonde en veilige leefomgeving voor alle Brabanders. Overlast voor de omgeving wordt juist geminimaliseerd door de mest zo snel mogelijk te bewerken. De aanpak van overlast wordt ook actief opgenomen in de vergunning en handhaving.”
Driesporenbeleid
Met de uitvoeringsagenda Mest worden de komende jaren drie sporen gevolgd:
Het kwaliteitsgedreven spoor van mestverwaarding, waarbij het produceren van bodemverbeteraars en kunstmestvervangers wordt gecombineerd met emissiearme stalsystemen, zal het meest voorkomende spoor worden. Mestverwaarding draagt zo aanzienlijk bij aan het behalen van de doelen op het gebied van stikstof, klimaat, circulariteit, milieu, bodem en water.
We zoeken actief de samenwerking met het Rijk op, omdat we hiermee een bijdrage leveren aan emissiedoelstellingen die landelijk van belang zijn.”
De route naar 2030
De Uitvoeringsagenda geeft aan hoeveel mest bewerkt moet worden en op welke manier. Maar wat betekent dit voor de ruimtelijke inpassing van mestbewerkingsinstallaties? Dat wordt vastgelegd in een plan-Milieu Effect Rapportage (MER) Mest, waar momenteel aan wordt gewerkt. Daarbij worden de belangen van de leefomgeving zorgvuldig meegewogen.
In het beleidskader Landbouw en Voedsel streeft de provincie naar een landbouw- en voedselsysteem met een nieuw evenwicht tussen economie, ecologie en maatschappij. Kringlooplandbouw is daarbij een belangrijk uitgangspunt waarin mest een belangrijke rol speelt. Door mest niet meer te zien als afvalproduct, maar zo te bewerken dat deze weer gebruikt kan worden in de akker- en tuinbouw, wordt de kostbare voedingswaarde uit mest behouden en de kwaliteit van bodem, water en lucht verbeterd. De verwachting van de provincie is dat de mestmarkt op landelijk niveau zal kantelen van een overschot naar een tekortsituatie, maar dat er op Brabants niveau een overschot zal blijven.

Elies Lemkes-Straver, gedeputeerde Landbouw, Voedsel, Bodem en Brede Welvaart: “We willen kunstmest verminderen ten gunste van bewerkte dierlijke mest. Dat wordt in de huidige tijd steeds noodzakelijker. Helaas wordt mest, hoe waardevol ook, vaak geassocieerd met overlast. Conform onze omgevingsvisie streven we naar een gezonde en veilige leefomgeving voor alle Brabanders. Overlast voor de omgeving wordt juist geminimaliseerd door de mest zo snel mogelijk te bewerken. De aanpak van overlast wordt ook actief opgenomen in de vergunning en handhaving.”
Driesporenbeleid
Met de uitvoeringsagenda Mest worden de komende jaren drie sporen gevolgd:
- 'Uitfaseren drijfmest', waarmee wordt bedoeld dat men de emissies en dalende mestkwaliteit wil voorkomen die samenhangen met (stalsystemen met) langdurige opslag van drijfmest.
- Mestbewerking op de boerderij, of zoveel verder weg als nodig in gespecialiseerde mestbewerkingsinstallaties. Dit voorkomt verlies van nutriënten en vermindert het vervoer van drijfmest. Bovendien vermindert dit overlast en emissies.
- Stimuleren innovatie: op het gebied van mest kan en wil Brabant een grote, groene proeftuin zijn, denk aan een fieldlab Bemesting Boerderij van de Toekomst en het bieden van experimenteerruimte voor kunstmestvervangers en bodemverbeteraars.
Het kwaliteitsgedreven spoor van mestverwaarding, waarbij het produceren van bodemverbeteraars en kunstmestvervangers wordt gecombineerd met emissiearme stalsystemen, zal het meest voorkomende spoor worden. Mestverwaarding draagt zo aanzienlijk bij aan het behalen van de doelen op het gebied van stikstof, klimaat, circulariteit, milieu, bodem en water.
We zoeken actief de samenwerking met het Rijk op, omdat we hiermee een bijdrage leveren aan emissiedoelstellingen die landelijk van belang zijn.”
De route naar 2030
De Uitvoeringsagenda geeft aan hoeveel mest bewerkt moet worden en op welke manier. Maar wat betekent dit voor de ruimtelijke inpassing van mestbewerkingsinstallaties? Dat wordt vastgelegd in een plan-Milieu Effect Rapportage (MER) Mest, waar momenteel aan wordt gewerkt. Daarbij worden de belangen van de leefomgeving zorgvuldig meegewogen.

Auteur: Jan Roefs
Bron: Provincie Noord-Brabant: https://landbouwenvoedselbrabant.nl/nieuws+home/2343251.aspx
Publicatie: 11-11-2022