Subsidie van provincie Drenthe voor biogashub Koekange
Met de subsidie kunnen de eerste 7 deelnemers in het project, waar in totaal uit 13 melkveehouders bij betrokken zijn, beginnen met bouwen. Het biogas dat zij gaan produceren wordt via een nog aan te leggen biogasleiding naar een centraal punt gebracht waar het wordt opgewerkt naar groen gas. Daarna gaat het naar het gasnet van Rendo. Het streven is om in 2024 te starten met de productie van biogas.
Om stikstofemissie te reduceren gaan de deelnemende melkveehouders aanpassingen doorvoeren in hun stallen om mest en urine van de koeien van elkaar te scheiden. De mest gaat direct naar de vergister. Dit zorgt voor het terugdringen van een deel van de stikstof- en methaanuitstoot.
Daarnaast gaat een aantal melkveehouders werken met een stikstofstripper. Deze stripper haalt stikstof uit de mest. De warmte die de stikstofstripper nodig heeft voor het uitdampen van de mest komt uit het geproduceerde biogas met de monomestvergister.
De stikstof-arme vloeistof die over blijft, kan de melkveehouder vervolgens op zijn land gebruiken voor bemesting. De vloeistof is een kwalitatief goede vervanger voor kunstmest. Deze techniek heeft als voordeel dat het naast minder uitstoot van stikstof en ammoniak ook het gebruik van kunstmest terugdringt.
Met de incidentele subsidie van de provincie kunnen de melkveehouders het project biogashub waar in totaal 4,3 miljoen euro mee gemoeid is, rond maken. De rest van de financiering komt van de melkveehouders zelf, een bijdrage vanuit SDE+ subsidie, Rendo, gemeente De Wolden, LTO Noord en een lening bij het Energiefonds Drenthe.