Vliegenlarven kunnen ook gevoed worden met dierlijke mest

Insecten kunnen gebruik maken van biologische reststromen zoals dierlijke mest en deze omzetten om in insecteneiwit voor humane voedingsmiddelen of diervoeders. Zo maken ze voedselsystemen duurzamer. Alejandro Parodi onderzocht hoe duurzaam de productie van insecten op reststromen daadwerkelijk is. Maandag 17 oktober promoveerde hij aan de Wageningen Universiteit.

Tijdens zijn promotieonderzoek maakte Parodi massabalansen voor de productie van de zwarte soldaatvlieg. Een massabalans is een overzicht van alle voedingsstoffen die het systeem vergt als voeding en eruitgaan als residu in de vorm van biomassa, warmte of gassen. Hij gebruikte speciaal ontworpen klimaatrespiratiekamers om de uitstoot van methaan, ammonia, stikstofoxide en koolstofdioxide tijdens de kweek van de larven van de soldatenvlieg te meten.


De vliegenlarven kunnen ook gevoed worden met dierlijke mest, dat een veelbelovende toepassing voor mestbeheer zou kunnen zijn. In een soortgelijk massabalans-experiment, ontdekte de onderzoeker dat varkensmest met larven meer koolstofdioxide en ammoniak uitstootte dan mest zonder larven. De uitstoot van methaan en stikstofoxide bleven gelijk.


Ondanks het verlies van stikstof bleken de larven in staat 25% van de stikstof in de mest in hun lichaamsgewicht op te nemen. Een deel hiervan was afkomstig van ammoniakstikstof in de mest. Met behulp van isotopisch gelabelde ammoniakstikstof ontdekte Parodi dat de zwarte soldaatvlieglarven 13% ammoniakale stikstof in hun lichaam vastleggen.


De conclusie is dat de omzetting van mest met larven tegelijkertijd amoniakuitstoot veroorzaakt maar ook terugdringt omdat de uitstoot bijdraagt aan een circulaire eiwitvoorraad als de insecten als voer worden gebruikt. De crux is om het verlies van ammoniak zoveel mogelijk te beperken en de opname ervan in het lichaamsgewicht van de larven te maximaliseren.


 

Bron: Resource - Wageningen University & Research, 24/10/2022
Publicatie: 25-10-2022