Vrees voor tekort aan mestverwerkingscapaciteit

Het mestoverschot in Nederland uitgedrukt in kiologrammen fosfaat en stikstof is de laatste vijf jaar gehalveerd. Veel mestverwerkende bedrijven zien kansen in gebruik van mest uit dagontmesting, mestvergisting en prouctie van RENURE-meststoffen. De komende jaren zal het overheidsbeleid bepalen hoeveel mestverwerkingscapaciteit nodig is. Er zijn echter zorgen. Langdurige vergunningstrajecten remmen de vernieuwing, uitbreiding en aanpassing van mestverwerkingsinstallaties.

Het Nederlands Centrum voor Mestverwaarding inventariseert jaarlijks de capaciteit voor verwerking van dierlijke mest en de mestexport. Bij 100% benutting van de gebruiksruimte op de landbouwpercelen bedroeg het overschot in 2021 ruim 21 miljoen kilo fosfaat. Dat is circa 22 miljoen kilo fosfaat minder dan in 2017. De fosfaatplaatsingsruimte in de Nederlandse landbouw werd in 2021 voor gemiddeld 83% benut. Deze benuttingsgraad was in 2017 nog 92%.


Er is in 2021 meer stikstof verwerkt en geëxporteerd dan op grond van het verschil tussen aanbod en potentieel gebruik in Nederland noodzakelijk was. In 2021 was het overschot 25,7 miljoen kilo stikstof, terwijl er 56,1 miljoen kilo stikstof uit dierlijke mest werd verwerkt en geëxporteerd. Het mestoverschot in stikstof is sinds 2017 gehalveerd. Mestverwerkende bedrijven zien vooral kansen in vergisting van dagverse mest en in de productie van RENURE-meststoffen. Ook compostering heeft waarde vanwege het hoge organische stofgehalte in het eindproduct.


Wanneer  wordt gestreefd naar een 100% grondgebonden melkveehouderij en 100% mestverwerking voor de niet-grondgebonden veehouderij zal er behoefte zijn aan extra mestverwerkingscapaciteit. De uitdaging ligt daarbij met name in het verkrijgen van vergunningen voor mestverwerkingsinstallaties. 


Meer informatie is te vinden in de 'Landelijke rapportage en inventarisatie export en verwerking dierlijke mest 2022'.

Bron: DLV Advies, 24/10/2022
Publicatie: 24-10-2022