Spoelen met water levert forse reductie op van ammoniakemissie
Nadeel van het gebruik van water is de toename van de mesthoeveelheid. Tijdens het groeiseizoen hoeft dat niet te leiden tot een tekort van opslagcapaciteit. Gebruik van water sluit dan juist goed aan bij het verdund uitrijden van drijfmest, dat in sommige gevallen ook een emissiereducerend effect heeft. Aan de andere kant moet tijdens het stalseizoen wel extra opslagcapaciteit beschikbaar komen.
Het onderzoek is onder praktijkomstandigheden uitgevoerd in 4 afdelingen die plaats bieden aan elk 16 melkkoeien en waarvan de emissies onafhankelijk van elkaar kan worden gemeten. De koeien werden gehuisvest in ligboxen in combinatie met een betonnen roostervloer. Het water is in deze afdelingen op twee verschillende manieren toegediend.
In 2 van de 4 afdelingen is een sproeisysteem gebruikt dat onder het voerhek is gemonteerd. Deze heeft per afdeling 7 sproeiopeningen die de hele mestgang besproeien. Gemiddeld is daarmee 13 liter water per m2 vloeroppervlak per dag toegediend. In één van deze afdelingen is het sproeien gecombineerd met een roosterschuif die elke 2 uur de vloer schoon schoof. In een derde afdeling is in één keer een hoeveelheid water in de vrijwel lege kelder gebracht, vergelijkbaar met gemiddeld 8 liter per m2 vloeroppervlak. De emissies in deze drie afdelingen zijn vergeleken met een vierde afdeling waar niets is gebeurd.
Tijdens twee ronden in 2018 en 2019 zijn de dagelijkse emissies gemeten. Elke ronde duurde ongeveer 60 dagen. Tussen de ronden zijn de behandelingen gewisseld tussen de afdelingen. De reductie van de emissie in de afdelingen waarin gespoeld werd was gemiddeld 39%. Daarbij maakt het nauwelijks verschil of er ook nog geschoven werd. Het bleek dat de emissiereductie gedurende de ronden iets toenam. Het gebruik van water door het vooraf in de kelder toe te dienen is veel minder effectief. De gemiddelde reductie is 7% met een behoorlijk verschil tussen de twee ronden. De emissiereductie nam tijdens de ronden juist iets af.
Als het water regelmatig, meerdere keren per dag, wordt toegediend is het ammoniumgehalte duidelijk lager dan als het water in één keer bij de start werd toegediend. Het ammoniumgehalte in deze afdeling verschilt niet met dat in de referentieafdeling. Het droge stofgehalte bij deze manier van toedienen was zelfs hoger. Doordat de mest veel dunner is ontstaat gemakkelijker een drijflaag. Ook de pH van de vloer en de toplaag van de mest was bij de regelmatige behandelingen met water significant lager. De verschillen waren klein maar het is bekend dat kleine verschillen in zuurgraad grote invloed kunnen hebben op de ammoniakemissie.
- In vervolgonderzoek komen de volgende punten aan de orde:
- Hoe is de gebruikte hoeveelheid water goed te borgen?
- Wat is de relatie tussen hoeveelheid water en emissiereductie bij frequent gebruik?
- Doet de methode van frequente toedienen er nog toe?
- Welke mogelijkheden zijn er om de maatregelen alleen een deel van het jaar toe te passen?
- Welke alternatieven voor gebruik van leidingwater zijn beschikbaar?
- Welke praktische oplossingen zijn te bedenken voor de extra opslagcapaciteit die nodig is?
Meer informatie is te vinden in het rapport 'Reductie van ammoniakemissie door gebruik van water in melkveestallen'.