Eerste veranderingen in derogatievoorwaarden in 2023
De normen voor de bemesting met stikstof uit dierlijke mest worden in een aantal stappen verlaagd. Vanaf 2023 geldt de lagere norm al voor meer gebieden. Welke gebieden dit zijn, hangt af van de analyses van de waterkwaliteit van het Planbureau voor de Leefomgeving. Op basis hiervan worden met nutriënten verontreinigde gebieden benoemd, waar te veel meststoffen in de grond zitten.
Een bufferstrook langs een waterloop mag vanaf 1 januari 2023 niet meer worden bemest. De minimale breedte van de bufferstrook op een perceel is 3 meter. Een bufferstrook hoeft nooit groter dan 4% van het perceel te zijn. Als dit wel het geval is, kan de bufferstrook onder voorwaarden worden versmald tot 1 of zelfs 0,5 meter. Als de sloten in de zomer tussen 1 april en 1 oktober droog staan, dan is de bufferstrook minimaal 1 meter.
Als sprake is van ecologisch kwetsbare waterlopen langs een perceel, dan is de minimale breedte voor de bufferstrook 5 meter. Is sprake van een perceel dat grenst aan water dat valt onder voorwaarden van de Europese Kaderrichtlijn Water, dan moet de bufferstrook minimaal 5 meter zijn. Is dit meer dan 4% van het perceel, dan mag de bufferstrook minstens 3 meter zijn. Als ook die strook nog meer dan 4% van de oppervlakte is, dan mag een breedte van 1 meter of meer worden aangehouden. De sloot mag dan niet breder zijn dan 10 meter.
Een derogatiebedrijf moet altijd al een bemestingsplan opstellen. Alle agrarische bedrijven, ook zonder derogatie, moeten vanaf 2023 een bemestingsplan opstellen. Vanaf 2025 moeten veehouders het bemestingsplan digitaal aan RVO leveren. De afbouw van de derogatie brengt extra kosten voor mestafzet en kunstmestaanvoer met zich mee. Het ministerie van LNV werkt aan een tegemoetkomingsregeling.