CDM adviseert negatief over versoepeling van mestgebruiksregels
Bij een versoepeling van de regels zou het kunnen gaan om een mogelijke verlenging van de uitrijperiode voor dierlijke mest op grasland en bouwland, grasland later dan de daarvoor vastgestelde periode te scheuren voor herinzaai, en vanggewassen later in te zaaien dan 1 oktober. De Commissie Deskundigen Meststoffenwet bouwt in het nieuwe advies voort op eerdere adviezen over droogte die in 2018, 2019 en 2020 werden gegeven.
Uit rapportages van de monitoring van de waterkwaliteit in voorbije jaren blijkt dat de nitraatconcentratie in grondwater en oppervlaktewater sterk is toegenomen na de droge zomer van 2018, en dat de nitraatconcentratie in het grondwater ook in de jaren na 2018 relatief hoog is gebleven. Daardoor wordt het bemoeilijkt om te voldoen aan de waterkwaliteitsdoelen van de Nitraatrichtlijn en Kaderrichtlijn Water.
De commissie adviseert om zowel bouwland als grasland niet meer te bemesten als de droogte in augustus en september voortduurt. Toediening van mest in de nazomer, omdat er onvoldoende mestopslagcapaciteit is om de winter te overbruggen, leidt tot een toename van het risico op nitraatuitspoeling.
Bij aanhoudende droogte zal mesttoediening in de periode 1 september tot 16 september naar verwachting tot een vergelijkbare toename van de nitraatuitspoeling leiden als mesttoediening tussen 15 augustus en 1 september. Er zijn geen bemestingskundige argumenten te geven op basis waarvan een verlenging van de uitrijdperiode tot ná 15 september voor bouwland is te rechtvaardigen.
Meer informatie is te vinden in het CDM-spoedadvies mestgebruikregels op de website van het ministerie van LNV.