Kalverhouder heeft weinig ruimte om te investeren in emissiereductie

De financiële ruimte op vleeskalverbedrijven om te investeren in emissiereducerende stallen en technieken is beperkt. De goedkoopste oplossing om de uitstoot van ammoniak en geur te reduceren is de bouw van een luchtwasser. Dat vergt een investering van 150 en 200 euro per dierplaats bedragen. De aanschaf van de luchtwasser vergt ongeveer de helft van de kosten. De overige kosten komen van de bouwkundige aanpassingen die in de stal nodig zijn. 

Bij een brongericht stalsysteem waarbij wordt ingezet op een snelle scheiding van urine en de mest ligt de investering aanmerkelijk hoger dan bij een luchtwasser. De extra kosten zitten voornamelijk in de aanpassingen die in de mestkelder nodig zijn met aanleg van mestschuiven, mestbanden of mestgoten worden geplaatst. Ook de verdere verwerking van de mest op het bedrijf kost extra geld. De totaalkosten kunnen oplopen tot 2.000 tot 2.500 euro per dierplaats.


De Rabobank acht voor een vleeskalverbedrijf een reserveringcapaciteit van circa 65 euro gewenst. In een brongerichte stalsysteem dat 500 euro extra per per kalf kost gaan de jaarkosten voor afschrijving, rente en onderhoud met 100 euro per kalf omhoog. Mogelijk dat een deel die extra kosten goed gemaakt kan worden door lagere mestafzetkosten, maar het is nog niet fuidelijk hoe groot dat voordeel zou kunnen zijn.


Brongerichte stalsystemen lijken vooral mogelijk bij nieuwbouw, met ondersteuning van een subsidie. Voor bestaande stallen is is  vooral een luchtwasser de manier om de ammoniakemissie te reduceren. De vraag is wel of luchtwassers geaccepteerd blijven. Daarnaast hebben de installaties  hoge jaarkosten en reduceren ze de uitstoot van methaan niet. In de toekomst zouden er ook voor methaanemissie regels kunnen komen.

Bron: De Kalverhouder, 10/08/2022
Publicatie: 12-08-2022