Acht Europese onderzoeksprojecten roepen Europese Commissie op om blokkades voor herwonnen meststoffen snel op te heffen
Europese Commissie vindt nutriëntenterugwinning belangrijk
De Europese Commissie heeft veel geïnvesteerd in projecten die gericht zijn op de circulaire economie. Deze projecten dienen onder andere om de landen en de Europese Commissie te voorzien van wetenschappelijk technisch bewijs en van beleidsgericht advies over deze onderwerpen.
De wetenschappers en andere deskundigen constateren dat mestverwerking een effectieve manier is om bij te dragen aan een circulair voedselsysteem, waarbij de doelen voor kringlopen en voor een goede milieu- en waterkwaliteit (lage emissies naar lucht en water) worden gecombineerd.
De wetenschappelijke bewijzen zijn er, en de EU is de koploper als het gaat om technologie om nutriënten terug te winnen.
De implementatie van deze verbeterde technieken en praktijken hapert echter en achterblijven van Europees beleid is hier mede debet aan. Daarom roepen de wetenschappers de Europese Commissie op om voortvarend actie te ondernemen. Specifiek gaan ze in op twee knelpunten:
RENURE (kunstmestvervangers): de wetenschappelijk onderbouwde criteria zijn er, de technieken zijn ontwikkeld en bedrijven staan klaar om ze te produceren, landbouwers hebben stikstofhoudende meststoffen nodig, en de EU wil minder afhankelijk worden van geïmporteerd aardgas: volgens de onderzoekers zou de implementatie / erkenning van RENURE niet langer vertraagd mogen worden.
Onduidelijke status van ammoniumzouten
Ammoniumzouten (in de praktijk vooral ammoniumsulfaat en ammoniumnitraat) wordt geproduceerd door ammoniak eerst uit mest te laten vervluchtigen (strippen) en deze vervolgens om te zetten tot een ammoniumzout. Hiermee wordt ammoniakemissie naar het milieu voorkomen en tegelijkertijd een RENURE-meststof geproduceerd: twee vliegen in één klap.
Het blijkt dat de Europese Commissie intern op verschillende manieren omgaat met deze ammoniumzouten: is dat nu wel of geen dierlijke mest? En ook de lidstaten interpreteren deze meststoffen verschillend.
In Nederland is het bijvoorbeeld zo dat ammoniumzouten als een overige anorganische meststof worden beschouwd als het via een stalluchtwasser is geproduceerd, maar als dierlijke mest wanneer het via stripping-scrubbing uit mest wordt gewonnen. De redenatie hierachter is dat de ammoniak uit stalluchtwassers het direct fysieke en chemische contact met mest heeft verloren voordat het is teruggewonnen.
Dit verschil in status is relevant en belangrijk: immers als het beschouwd wordt als een dierlijk bijproduct (mest) zorgt dat voor allerlei verplichtingen voor registratie, opslag, transport en aanwending. En voor een teler van gewassen is deze status het verschil of de stikstof in de gebruiksruimte voor dierlijke mest moet worden ingeboekt of niet.
Binnen de Europese Commissie wordt er zoals gezegd verschillend met deze status omgegaan. DG Grow, DG Agri, DG Sante (voedselveiligheid) en bijvoorbeeld ook de ’Expert Group on Fertilising Products’ stellen dat ammoniumzouten niet als dierlijk bijproduct (dierlijke mest) moeten worden gezien. DG Envi ziet het echter andersom, en beroept zich daarbij op de definitie van mest in de Nitraatrichtlijn: ‘Livestock manure: means waste products excreted by livestock or a mixture of litter and waste products excreted by livestock, even in processed form.’
De wetenschappers roepen de Europese Commissie dringend op om tot een harmonisatie te komen van de definitie, omdat dit tweeslachtige beleid de transitie naar een circulaire landbouw in de weg staat.
Ze nemen ook duidelijk stelling: de teruggewonnen ammoniumzouten zijn geen producten uit mest, maar zijn afkomstig van een emissie uit mest, waarbij het directe fysieke en chemische contact met de mest is verloren. Daarom zijn deze producten geen dierlijk bijproduct en daarmee moeten ze niet als dierlijke mest worden beschouwd in de Nitraatrichtlijn. Hieraan wordt toegevoegd dat de meststoffen volledig voldoen aan de RENURE-criteria, waarmee is aangetoond dat de stikstofwerking (lees: risico op nitraatverliezen) vergelijkbaar zijn als die van minerale (kunst-)meststoffen.
Meer informatie
Het position paper (Engelstalig) is bijgevoegd.
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met:
Nederland: dr. ir. Laura van Schöll, NMI Agro
België: prof. dr. Erik Meers, Universiteit Gent
Het position paper is geschreven vanuit de volgende acht Europese projecten:
- Circular Agronomics
- Ferticycle
- Fertimanure
- Lex4BIO
- Nitroman
- Nutricycle
- ReNu2Farm
- Systemic
Via de beleidswerkgroep van de Nutrient Recycling Community wisselen de specialisten hun inzichten met elkaar uit. Tijdens de Manuresource-conferentie hebben zij in aanwezigheid van regionale, landelijke en Europese beleidsmedewerkers onlangs een ronde tafelgesprek hierover gevoerd.