Achterhoekse en Liemerse boeren zien perspectief in Bedrijfsspecifieke excretie
Eén van de aanleidingen voor de toepassing van de BES is het keren van de uitmijning van de fosfaattoestand van de bodem. Binnen de derogatie kan geen fosfaatkunstmest worden toegepast. Door de toegenomen fosfaatefficiëntie in veevoeding is de stikstof-fosfaat-verhouding in de mest opgelopen, waardoor op veel bedrijven de jaarlijkse fosfaatonttrekking niet meer via de bemesting kan worden toegediend.
De 20 deelnemers aan de pilot hadden de afgelopen 2 jaar de ruimte om 15 kilo extra fosfaat per hectare via dierlijke mest toe te dienen. Er is echter maar 4 kilo fosfaat extra bemest. Deze beperkte toename werd vooral veroorzaakt door de omstandigheden in 2020. De extra bemestingsruimte kon pas worden toegepast na de eerste snede in een droog jaar. Daarnaast mag bij de toepassing van meer dierlijke mest minder kunstmest worden gestrooid. Daar waren de deelnemers in het eerste jaar voorzichtig mee.
Een ander doel van de toepassing van de BES is het terugdringen van het kunstmestgebruik. Gemiddeld nam het gebruik in 2 jaar met 48 kilo kunsmeststikstof per hectare af ten opzichte van de gebruiksruimte in de generieke bemestingsnormen. Uit dierlijke mest is 27 kilo stikstof extra aangewend.
BES-deelnemers krijgen gekoppeld aan hun extra dierlijke mestruimte een opgave om de ammoniakemissie te reduceren. Maar om gewasopbrengsten op peil te houden bij een andere verhouding dierlijke mest en kunstmest, moet de benutting van de dierlijke mest gemaximaliseerd worden. In de volle breedtewordt dan ook de mestaanweding met de bijmenging van water toegepast. De BES-toepassing leidt dus niet tot meer ammoniakemissie.
In 2021 is bij de BES-bedrijven het ruw eiwit in het rantsoen gezakt van 163 gram naar 157 gram per kilo droge stof. Hierdoor is de totale stikstofexcretie 5% afgenomen. De ammoniakemissie blijft daarmee 6% onder de referentie, ondanks het gebruik van meer dierlijke mest. De referentie is de ammoniakemissie van 2018.