Minder stikstof en fosfaat in dierlijke mest in 2021
Het is het vierde achtereenvolgende jaar dat de stikstofuitscheiding onder het productieplafond ligt. Sinds 2017 is de stikstofuitscheiding van de veestapel met 41 miljoen kilo afgenomen. Daarvan is 30 miljoen kilogram geleverd door de melkveehouderij, vooral door het houden van minder koeien en jongvee.
Melkkoeien en het bijbehorende jongvee scheidden vorig jaar 273,0 miljoen kilo stikstof uit, 4,7% minder dan in 2020. De stikstofuitscheiding van de melkveehouderij daalde daardoor tot onder het productieplafond van 281,8 miljoen kilogram voor deze sector. De fosfaatproductie van de melkveesector ligt met 74,2 miljoen kilo ruim onder het fosfaatplafond van 84,9 miljoen kilogram. De productie was 0,5 miljoen kilo hoger dan in 2020. Dat in de melkveehouderij minder stikstof maar iets meer fosfaat is geproduceerd, hangt samen met de samenstelling van het veevoer, gras en snijmaïs.
De stikstofuitscheiding van de varkenssector daalde in 2021 met 3,2% naar 88,9 miljoen kilogram. De fosfaatuitscheiding nam af met 2,2 miljoen kilogram tot 34,5 miljoen kilo. Beide dalingen hangen samen met de inkrimping van de varkensstapel. De daling van het aantal varkens is mede het gevolg van de stoppersregeling Actieplan Ammoniak Veehouderij en de Subsidieregeling sanering varkenshouderij. De stikstof en fosfaat die varkens produceren liggen sinds 2016 onder de productieplafonds.
In de pluimveesector daalde de stikstofuitscheiding met 0,7% en de fosfaatuitscheiding met 3,7%. De stikstofuitscheiding bedroeg vorig jaar 54,3 miljoen kilo, de fosfaatuitscheiding 23,2 miljoen kilogram, beide onder de productieplafonds. De stikstofuitscheiding van het overige vee nam in 2021 met 3,9% af tot 21,9 miljoen kilo. Die daling is volledig toe te schrijven aan het verbod op het houden van nertsen per 1 januari 2021.