LTO vakgroep Akkerbouw wil meer keuzes in het mestbeleid
Minister Schouten van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit heeft boeren, waterschappen, regionale overheden en andere stakeholders opgeroepen om mee te denken over het nieuwe mestbeleid. De LTO-vakgroep Akkerbouw komt met voorstellen om meer organische mest te gebruiken, maar wil ook ruimte houden voor kunstmest.
Voorzitter Jaap van Wenum van de LTO vakgroep Akkerbouw acht het zinvol om te onderzoeken of afname van alleen gecertificeerde mest afkomstig van gecertificeerde veehouderij- en distributiebedrijven een voorwaarde kan worden binnen het Voedsel- en Voederveiligheidscertificaat Akkerbouw. Hij vindt echter niet dat het certificaat van de akkerbouwsector als controle-instrument voor het mestbeleid gebruikt gaat worden. Daarnaast moeten bij het ontvangen van gecertificeerde dierlijke mest op het akkerbouwbedrijf de gehaltes aan mineralen in de mest bekend zijn.
Onbewerkte mest voldoet
De inzet van de akkerbouwsector in het mestbeleid is gericht op optimaal gewassen telen binnen de maatschappelijke kaders. Voor de verbetering van de bodemkwaliteit vraagt de LTO-vakgroep om meer mogelijkheden voor het toepassen van bodemverbeteraars. De lage werkingscoëfficiënt van compost voor de aanvoer van stikstof en fosfaat zou ook moeten gelden voor strorijke stalmest, champost of producten zoals bokashi. Daarnaast vindt Van Wenum dat akkerbouwers onbewerkte dierlijke mest maximaal moeten benutten. "Het bewerken en verwerken van mest voor de binnenlandse markt is weinig efficiënt en zorgt voor extra kosten. Er zijn genoeg goede mestsoorten, zoals rundveedrijfmest, waarmee wij onbewerkt goed uit de voeten kunnen."
Twee systemen voor mineralenaanvoer
In het nieuwe mestbeleid pleit LTO-vakgroep Akkerbouw ervoor dat akkerbouwers kunnen kiezen uit 2 systemen voor de mineralenaanvoer. Een eenvoudig systeem met vaste aanvoernormen en daarnaast een balanssysteem waarbij de aan- en afvoer van mineralen bedrijfsspecifiek worden bepaald. In dat verfijnde systeem, moeten akkerbouwers ruimte krijgen om te verantwoorden dat ze recht hebben op hogere aanvoernormen omdat hun opbrengsten bovengemiddeld zijn of vanwege het hoge aandeel diepwortelende teelten en vanggewassen.
Gewasderogatie
Een andere belangrijke wens van de LTO-vakgroep Akkerbouw is de invoering van gewasderogatie om meer dierlijke mest te kunnen aanvoeren in gewassen die efficiënt omgaan met stikstof en een lange veldperiode hebben, zoals granen, graszaad en winterkoolzaad. Gewassen met een hoge stikstofbehoefte en een laag uitspoelingsrisico zijn volgens de vakgroep prima geschikt zijn om grotere volumes dunne fractie te gebruiken in plaats van kunstmest. Het betekent overigens niet dat de akkerbouw volledig af wil van het gebruik van kunstmest. Voor de aanvoer van mineralen op maat en voor de kwaliteit van een gewas als pootaardappelen blijft het van belang dat er ruimte is voor het gebruik van minerale meststoffen, stelt Van Wenum.
Onbewerkte mest voldoet
De inzet van de akkerbouwsector in het mestbeleid is gericht op optimaal gewassen telen binnen de maatschappelijke kaders. Voor de verbetering van de bodemkwaliteit vraagt de LTO-vakgroep om meer mogelijkheden voor het toepassen van bodemverbeteraars. De lage werkingscoëfficiënt van compost voor de aanvoer van stikstof en fosfaat zou ook moeten gelden voor strorijke stalmest, champost of producten zoals bokashi. Daarnaast vindt Van Wenum dat akkerbouwers onbewerkte dierlijke mest maximaal moeten benutten. "Het bewerken en verwerken van mest voor de binnenlandse markt is weinig efficiënt en zorgt voor extra kosten. Er zijn genoeg goede mestsoorten, zoals rundveedrijfmest, waarmee wij onbewerkt goed uit de voeten kunnen."
Twee systemen voor mineralenaanvoer
In het nieuwe mestbeleid pleit LTO-vakgroep Akkerbouw ervoor dat akkerbouwers kunnen kiezen uit 2 systemen voor de mineralenaanvoer. Een eenvoudig systeem met vaste aanvoernormen en daarnaast een balanssysteem waarbij de aan- en afvoer van mineralen bedrijfsspecifiek worden bepaald. In dat verfijnde systeem, moeten akkerbouwers ruimte krijgen om te verantwoorden dat ze recht hebben op hogere aanvoernormen omdat hun opbrengsten bovengemiddeld zijn of vanwege het hoge aandeel diepwortelende teelten en vanggewassen.
Gewasderogatie
Een andere belangrijke wens van de LTO-vakgroep Akkerbouw is de invoering van gewasderogatie om meer dierlijke mest te kunnen aanvoeren in gewassen die efficiënt omgaan met stikstof en een lange veldperiode hebben, zoals granen, graszaad en winterkoolzaad. Gewassen met een hoge stikstofbehoefte en een laag uitspoelingsrisico zijn volgens de vakgroep prima geschikt zijn om grotere volumes dunne fractie te gebruiken in plaats van kunstmest. Het betekent overigens niet dat de akkerbouw volledig af wil van het gebruik van kunstmest. Voor de aanvoer van mineralen op maat en voor de kwaliteit van een gewas als pootaardappelen blijft het van belang dat er ruimte is voor het gebruik van minerale meststoffen, stelt Van Wenum.
Bron:
Nieuwe Oogst, 16/03/2019
Publicatie: 21-03-2019