Doelen voor stikstofreductie lopen op tot 70%
Nederland staat voor ingrijpende opgaven als het gaat om het verbeteren van de natuur, klimaat en waterkwaliteit, aldus de ministers. De indicatieve stikstofreductiedoelen vragen per gebied zo snel mogelijk actie van de sectoren industrie, bouw, mobiliteit en landbouw. Met name de opgave voor de landbouw is groot. Hiervoor is nodig dat agrarisch ondernemers versneld de transitie doormaken naar kringlooplandbouw in 2030.
Omdat gebieden verschillen, verschilt ook de aanpak per gebied. De reductiedoelen zijn per gebied anders, omdat ook de kwaliteit van natuur, water en bodem verschillen per gebied. Het Rijk heeft per gebied richtinggevende stikstofdoelen en reductiepercentages vastgesteld. Die lopen op van 12% tot rond de 70% – evenredig op te brengen door alle sectoren – in gebieden dichtbij natuurgebieden en gebieden waar de water- en bodemkwaliteit sterk moet verbeteren. Hiervan is een kaart beschikbaar.
In oktober volgen nadere richtinggevende doelen voor klimaat en natuur. Uiterlijk in juli 2023 is in elk gebied duidelijk wat het doel is en hoe dat gehaald wordt – daar waar dat eerder duidelijk is, volgt een versnelde aanpak. De doelen bepaalt het Rijk, de invulling van de gebiedsplannen ligt bij de provincies en de betrokken regionale partijen. Bij elkaar tellen deze regionale doelen op tot het landelijke doel: driekwart van de stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden op een gezond niveau in 2030. Het kabinet heeft voor de gehele aanpak 24,3 miljard euro beschikbaar gesteld, bovenop 7 miljard aan bestaande middelen.
Voor boeren is nu het moment om te bepalen of en hoe zij met hun bedrijf kunnen doorgaan. De minister ziet drie mogelijkheden: verduurzamen, verplaatsen of beëindigen. Bij verduurzaming en ook bij verplaatsing kan gedacht worden aan extensiveren door bijvoorbeeld minder dieren per hectare, toevoegen van landschapsgrond of bijdrage aan koolstofvastlegging, water- en natuurbeheer. Andere mogelijkheden zijn het aanbieden of produceren van nieuwe producten, zoals eiwitrijke gewassen en biologische landbouw.
Er komen middelen waar boeren gebruik van kunnen maken, zoals kennis en expertise aanbod via de Subsidiemodule Agrarische Bedrijfsadvisering en Educatie, subsidie voor jonge of startende boeren en het Omschakelprogramma voor Duurzame Landbouw. Daarnaast is in het nieuwe GLB 120 miljoen euro beschikbaar voor onder andere de eco-regeling waarmee agrariërs een vergoeding kunnen ontvangen voor eco-activiteiten die zij toepassen op hun bedrijf. Te denken valt aan extra weidegang en onderhoud van houtwallen.
In de gebiedsplannen moet duidelijk zijn wat voor de blijvende boeren het langjarige economische perspectief is. Elk gebiedsplan moet een sociaaleconomische impactanalyse bevatten specifiek voor de landbouwsector. Daar waar de bodem het meest geschikt is voor landbouw, werkt het kabinet met provincies en gemeenten aan een goede ruimtelijke bescherming. Landbouw krijgt in deze gebieden voorrang boven functies die minder afhankelijk zijn van omgevingsfactoren. In gebieden waar de natuur of de bodem en het grondwater sterk onder druk staat, zal de landbouw extensiever ingericht moeten worden.
Meer informatie is te vinden in de 'Startnotitie Nationaal Programma Landelijk Gebied'.