Zes tips voor optimale mesttoediening

Een goede bemesting van het grasland zorgt voor een betere gewasopbrengst en lagere kunstmestkosten. Een zorgvuldige uitvoering helpt bovendien enorm om de ammoniakemissie te reduceren. Onderzoekers van Wageningen University & Research geven zes tips voor een optimale mesttoediening.

1. Verklein het contactoppervlak van de mest met de atmosfeer.
Breng op grasland de mest in smalle strookjes aan. De strookjes mogen aan de bovenzijde sowieso niet breder dan 5 centimeter zijn, maar hoe smaller, hoe beter. Bij veel machines snijdt de kouter schuin in de grond. Dus hoe dieper de kouter de grond in gaat, hoe breder de sleuf wordt.


2. Verlaag het ammoniumgehalte in de mest.
Het rantsoen van de koeien en met name het eiwitgehalte van het rantsoen bepaalt het ammoniumgehalte van de mest. Het ammoniumgehalte in de mest daalt ook als de mest wordt verdund met water.


3. Verdun de mest met water.
Verdun de mest met meer water dan wettelijk verplicht is. Breng de mengverhouding naar 1:1 in plaats van 2 delen mest en 1 deel water. Hoe verder de mest wordt verdund, hoe lager de emissie en hoe beter de bodem de nutriënten opneemt.


4. Verlaag de pH van de mest naar 5-6.
Als de pH-waarde van de mest lager is, dan blijft de ammonium in de mest opgelost en emitteert het niet als ammoniak. Voeg zwavelzuur of salpeterzuur aan de mest toe om de pH te verlagen. De zuurgraad en de zuurbuffercapaciteit van de grond speelt hierbij ook een rol. Basische gronden, zoals kalkrijke kleigrond, zijn gevoelig voor ammoniakverliezen. Zandgronden met een laag organische stofgehalte hebben een lagere buffercapaciteit zodat ammoniak sneller vervluchtigt.


5. Rem de omzetting van ureum naar ammonium en ammoniak.
Bodemenzymen zetten de ureum in de mest om in ammonium. Dit proces vergt een aantal dagen. Toevoegmiddelen zoals ureaseremmers vertragen deze omzetting, waarmee de ammoniakvervluchtiging is te beperken.


6. Bemest onder de best mogelijke weersomstandigheden.
De ideale omstandigheden om mest uit te rijden zijn vochtig en windstil weer, bij voorkeur tijdens een regenbui, met vochtige grond en een buitentemperatuur onder de 20 graden Celsius. Hoe hoger de luchtvochtigheid en hoe lager de temperatuur, hoe kleiner de ammoniakemissie.

Bron: Verantwoorde Veehouderij, 07/06/2022
Publicatie: 07-06-2022