RIVM: 'Vergunde ruimte is niet gelijk aan de feitelijke ammoniakemissie'

De daadwerkelijke ammoniakemissie van een veehouderijbedrijf kan tot wel 3 keer hoger zijn dan zou worden verwacht aan de hand van de emissiefactor voor een stal die in de Regeling ammoniak en veehouderij. Gemiddeld genomen is de emissie  het dubbele van de vergunde uitstoot. Dat zeiden Kees van Luijk en Margreet van Zanten van het RIVM woensdag 25 mei in de technische briefing in de Tweede Kamer.

Van Luijk en Van Zanten gaven in de Tweede Kamer een toelichting op de totstandkoming de top 100-lijst van bedrijven met de grootste emissie van ammoniak in Nederland. De emissiegegevens zijn een vermenigvuldiging van het aantal dieren, met de emissiefactoren voor het type bedrijf, de diersoort en de gebruikte stal. Of er wordt beweid, in welke vorm er wordt bemest en of de mest wordt verwerkt is niet meegenomen hierin. De emissiefactoren baseert  het RIVM op basis van metingen afkomstig van 300 locaties in de natuur.


De factoren die het RIVM hanteert verschillen nogal met de emissiefactoren die zijn opgenomen in de lijst van de Regeling ammoniak en veehouderij. Volgens het RIVM is de vergunde ruimte niet gelijk aan de feitelijke emissie. De praktijk is anders dan de proefsituatie bij de eerste toelating van het stalsysteem. Bij veel emissie-reducerende technieken, blijken de emissiefactoren achteraf lager uit te vallen bij nader onderzoek in de praktijk.

Bron: Boerderij, 26/05/2022
Publicatie: 27-05-2022