Vergaand bewerken van digestaat heeft in bemesting van aardappelen geen voordeel

Het vergaand bewerken van digestaat na co-vergisting van varkensmest biedt weinig meerwaarde voor de aardappelteelt op zandgrond. Dat stelt Chantal Hendriks, onderzoeker bodem en klimaat van Wageningen University & Research. Ze baseert zich op onderzoek dat werd gedaan bij akkerbouwer Jacob van den Borne in Reusel, die meststoffen van varkenshouder Bert Rijnen in Oirschot gebruikt bij de aardappelteelt. Het onderzoek vond plaats binnen het project Nutri2Cycle.

In een veldproef is de werking van de dunne fractie van het digestaat vergeleken met een verder verfijnd product dat is verkregen na omgekeerde osmose en verhitting. Na deze twee bewerkingsstappen ontstaat ammoniumsulfaat en kaliumconcentraat. In de proef zijn 5 methoden van bemesting vergeleken. De proefveldjes die alleen ammoniumsulfaat kregen hadden de hoogste opbrengst en het laagste percentage kleine aardappelen, maar de verschillen waren erg gering.


Het toedienen van verder bewerkte meststoffen heeft wel wat voordelen ten opzichte het toedienen van de onbewerkte dunne fractie van het digestaat. Door het relatief lage stikstofgehalte in het digestaat is een hoge gift nodig. Dit leidt tot hogere kosten bij het uitrijden. Het injecteren van de dunne fractie tijdens het groeiseizoen is ook lastig.


De verwachting is dat op termijn alleen de verfijnde mestproducten gebruikt mogen worden als kunstmestvervanger, maar landbouwkundig bieden die in de aardappelteelt geen groot voordeel, terwijl de kostprijs wel hoger ligt. De productie van ammoniumsulfaat en kaliconcentraat kostte 5,43 per ton digestaat. Alleen scheiden van digestaat kostte 3,02 per ton.

Bron: Boerderij, 27/05/2022
Publicatie: 27-05-2022