'Preciezer bemesten aan de hand van bemestingsplan betaalt zich uit'
In een praktisch bemestingsplan zijn volgens Abbink drie stappen te onderscheiden:
1. Hoeveel mest is er beschikbaar?
De eerste stap is het in kaart brengen van de beschikbare drijfmest gedurende het hele seizoen.
2. Hoe moet de mest worden verdeeld?
Gedurende het groeiseizoen wordt de mest schaarser. Het doel is om over de jaren heen de percelen qua fosfaat zoveel mogelijk op evenwicht te bemesten. De prioriteit moet volgens Abbink verder liggen bij de grasklaver percelen die geen kunstmest meer krijgen, of bij percelen met een laag stikstofleverend vermogen. Die percelen vallen snel stil in de zomer en herfst als ze niet doorlopend bemest worden is zijn ervaring. Ook zijn de risico’s op verliezen door een late mineralisatie op deze percelen het laagst.
3. Combineer met water en kunstmest voor hoogste benutting
De benutting van stikstof uit drijfmest wordt hoger wordt wanneer deze gecombineerd wordt met kunstmest. Twee keer kleine drijfmestgiften en een beetje kunstmest geven een betere benutting dan één keer bemesten met kunstmest en één keer wat meer drijfmest. Voor de goede verdeling bij kleine giften kan mest verdunnen met een deel water een uitkomst zijn. Daarbij is de benutting bovendien nog eens 10 tot 15% hoger.
Met een goed plan perceelsgericht, vooraf is vaak meer impact te behalen dan met bijsturen in het seizoen, is de ervaring van Abbink.