'Gewasderogatie ligt niet op tafel in gesprekken met Europese Commissie'

Minister Staghouwer van LNV zet bij de Europese Commissie in op het verkrijgen van een derogatie voor extra ruimte voor de aanwending van graasdiermest en het verkrijgen van de mogelijkheid van kunstmestvervanging door hoogwaardige producten uit dierlijke mest. Op dit moment is het perspectief voor een aanvullende gewasderogatie volgens hem niet reëel. Afhankelijk van de uitkomsten van de lopende onderhandeling zal de minister daarna overwegen of het opportuun is de mogelijkheden voor een gewasderogatiepilot verder te verkennen. Dat schrijft hij aan de Tweede Kamer.

Wageningen Economic & Research heeft de belangstelling voor gewasderogatie onder boeren gepeild via een enquête. In het Klimaatakkoord is afgesproken pilots te starten om de mogelijkheden tot gewasderogatie te onderzoeken voor gewassen die bijdragen aan koolstofvastlegging. Dit zijn met name grassen en granen. Voorwaarde daarbij is dat een dergelijke derogatie minstens een milieuneutraal effect heeft voor waterkwaliteit en de ammoniakemissie.


Uit de enquête blijkt dat vooral melkveehouders belangstelling hebben voor alternatieve invullingen van de derogatie. Akkerbouwers hebben weinig belangstelling. De onderzoekers geven daarbij aan dat onder meer de complexiteit van de enquête tot een mogelijke onderschatting van de belangstelling van ondernemers heeft geleid. De administratieve lasten worden gezien als een belemmering voor deelname aan gewasderogatie. Daarnaast kan de fosfaatgebruiksnorm beperkend zijn voor een ruimere toepassing van dierlijke mest, met name in de akkerbouw.


Een andere bevinding uit de enquête is dat er nauwelijks verschuiving van het areaal koolstof vastleggende gewassen zal optreden bij gewasderogatie ten opzichte van de huidige situatie. Gewasderogatie is voor agrarische ondernemers vooral interessant als het leidt tot meer plaatsingsruimte van dierlijke mest. Dat blijkt met name onder melkveehouders.


Akkerbouwers kennen momenteel geen derogatie en de beperkte belangstelling voor gewasderogatie hangt samen met het feit dat zij op dit moment gemiddeld minder dierlijke mest per hectare gebruiken dan maximaal is toegestaan vanuit de Nitraatrichtlijn. Deels doordat beter te sturen is met kunstmest en deels doordat dierlijke mest niet op het voor de teelt van het gewas gewenste moment kan worden toegepast.


Meer informatie is te vinden in de rapportage 'Belangstelling voor gewasderogatie en effecten van deelname; Een vergelijking van 3 pakketten' van Wageningen Economic & Research.

Bron: Ministerie van LNV, 17/05/2022
Publicatie: 19-05-2022