Onderzoek naar effecten mestbeleid op weidevogels loopt nog

Minister Staghouwer van LNV acht een uitgebreide monitoring om effecten mestbeleid op weidevogels te analyseren, op dit moment niet aan de orde. Daarvoor wil hij eerst de resultaten van een nog lopend onderzoek van Wageningen Environmental Research en het Louis Bolk instituut afwachten. Dat schrijft de minister in een brief aan de Tweede Kamer.

De Commissie Deskundigen Meststoffenwet (CDM) heeft al wel een advies uitgebracht over de effecten van het mestbeleid op de weidevogelstand. De commissie  geeft aan dat er geen empirische aanwijzingen zijn dat het mestbeleid een effect hebben op regenwormen die dienen als voedsel voor weidevogels, maar dat er weinig systematisch onderzoek is geweest.


Ook in het kader van de Vrijstellingsregeling bovengronds aanwenden runderdrijfmest wordt verkend wat de effecten van mestaanwendingstechniek op de bodem en daarmee gerelateerde effecten zijn. Wageningen Environmental Research en het Louis Bolk instituut zijn dit jaar begonnen met een literatuurstudie naar de effecten van mesttoedieningstechniek op bodemkwaliteit en stikstofprocessen. In deze literatuurstudie wordt ook gekeken of het mogelijk is om de effecten van mesttoediening op weidevogels mee te nemen in het praktijkonderzoek.


De resultaten van het CDM-advies zijn door het ministerie van LNV voorgelegd aan ervaringsdeskundigen. In samenwerking met BoerenNatuur en Hogeschool Van Hall Larenstein zijn een aantal praktijkpanels georganiseerd waarin zowel 'reguliere' boeren, als boeren die zich intensief met weidevogelbeheer bezig houden, hun ervaringen konden delen met het mestbeleid in relatie tot weidevogelbeheer.


Op basis van de sessies hebben BoerenNatuur en Hogeschool van Hall Larenstein een advies opgesteld waarmee het mestbeleid weidevogelbestendiger gemaakt kan worden. Uit de praktijkpanels komen een aantal adviezen naar voren: 



  • Maak onderscheid tussen zeer extensieve bedrijven en reguliere bedrijven, en biedt voor deze eerste categorie meer ruimte in de regelgeving om zich primair te kunnen richten op weidevogelbeheer.

  • Biedt meer ruimte voor het gebruik van vaste mestsoorten.

  • Stimuleer de bouw en vergunningverlening van potstallen en andere bedrijfsvoeringsaspecten, die nodig zijn voor het stimuleren van duurzaam weidevogelbeheer en kringlooplandbouw.

  • Stimuleer langjarige pachtcontracten en lange termijnpakketen voor agrarisch natuur- en
    landschapsbeheer.

  • Investeer in onderzoek naar de waarde van kruidenrijk grasland en ruige mest voor de vermindering van stikstofuitstoot, methaanuitstoot en organische stofopbouw en daarmee koolstofvastlegging in de bodem te onderzoeken.


Meer informatie is te vinden in het 'Advies van praktijkpanels voor een weidevogelbestendig mestbeleid' dat BoerenNatuur en Hogeschool van Hall Larenstein hebben opgesteld.

Bron: Ministerie van LNV, 17/05/2022
Publicatie: 19-05-2022