Zonder derogatie gaan de mestafzetkosten voor varkenshouders omhoog

Wanneer de Europese Commissie Nederland geen derogatie verleent om extra mest uit te rijden boven de standaard norm van 170 kilo stikstof per hectare, heeft dat ook voor varkenshouders grote gevolgen. Het betekent dat melkveebedrijven extra mest buiten het eigen bedrijf af moeten zetten. Die extra mest concurreert met varkensmest. Varkenshouders zullen dan te maken krijgen met hogere mestafzetkosten.

Bij een voorzichtige aanname betekent het uitblijven van de derogatie dat er 39 miljoen kilo minder stikstof uit dierlijke mest op grond van melkveebedrijven kan worden aangewend. Dat is bijna 10 miljoen kuub rundveedrijfmest. Rundveehouders zullen dit volume grotendeels afvoeren. Via mestscheiding is het afvoervolume enigszins te verkleinen. Rundveehouders kunnen er op die manier voor zorgen dat ze een groter deel van het fosfaat in dierlijke mest op het bedrijf kunnen houden.


In 2017 berekende Wageningen Economic Research al eens dat het wegvallen van de derogatie voor de varkenshouderij een gemiddeld inkomensverlies van 5.000 euro per bedrijf per jaar zou betekenen als gevolg van hogere mestafzetkosten. Of dit bedrag nog steeds actueel is, is niet helemaal duidelijk.


In de afgelopen 5 jaar zijn wel wat factoren veranderd. De varkensstapel is iets kleiner geworden en er is extra mestverwerkingscapaciteit gerealiseerd. De actuele mestafzetkosten liggen 3 tot 4 euro per ton lager. Wel duidelijk is dat wanneer de derogatie niet doorgaat, de mestafzetprijzen voor varkenshouderijbedrijven weer zullen stijgen.

Bron: Nieuwe Oogst, 17/05/2022
Publicatie: 18-05-2022