Netjes drijfmest uitrijden op grasland mag wat kosten
Er is in de praktijk behoorlijk verschil hoe de mest op het land geplaatst wordt. Lang niet altijd zit de mest netjes in het sleufje met als zichtbaar gevolg dat de opgedroogde mestkorst met het gras mee omhoog groeit en het gras vervuilt. Hierdoor wordt niet alleen de voederwaarde en de smakelijkheid van de te winnen graskuil slechter, er gaat ook stikstof verloren door extra ammoniakemissie.
Het beperken van de ammoniakemissie uit de mest kan op de volgende manieren:
- De ammoniakconcentratie in de mest verlagen door scherper eiwit te voeren of water aan de mest toe te voegen;
- Het beperken van het contactoppervlak van de toegediende mest met de lucht;
- Indien mogelijk bemesten bij gunstige weersomstandigheden: lagere temperatuur en weinig wind, ofwel bij slecht drogend weer;
- Het gebruik van toevoegmiddelen aan de mest die de pH verlagen of de omzetting van ureum naar ammoniak beperken.
Om het contactoppervlak van de mest met de lucht te beperken, moet de mest in het slleufje terecht komen. Hierdoor staat alleen de mest aan de bovenkant van het slleufje in contact met de lucht. Als de mestgift groter is, moet er dus ook dieper in de zode gesneden worden, anders past de mest niet in het sleufje.
Door de mest te verdunnen met water daalt niet alleen de ammoniakconcentratie in de mest, maar infiltreert de dunnere mest ook beter in de grond. Op proefbedrijf de Marke heeft men de ervaring dat een mestgift van 35 ton drijfmest aangelengd met 10 ton water op deze manier goed en netjes geplaatst kan worden.
Diep in de zode snijden, kan alleen bij een voldoende vochtige grond. In droge grond is de schade aan de zode te groot. Ook daarom is het dus verstandig om op gras het grootste deel van de mestgift te geven voor de 1e en de 2e snede. Daarnaast is de juiste afstelling van de bemester van belang, de soort snijkouters en de staat van onderhoud.
Ook blijkt dat bij een lagere rijsnelheid het beter lukt om de mest beter in het sleufje te krijgen. Een ander punt van aandacht is het beperken van overlap; sectieafsluiting en een stuurhulp zijn hiervoor hulpmiddelen. Bij brede bemesters is een GPS gestuurd systeem aan te raden.
Door netter te werken kan er ook op kunstmeststikstof worden bespaard. Netjes mest aanwenden kan een ammoniakreductie opleveren van circa 20%. Dat komt neer op een 20 kilo stikstof per hectare per jaar. Bij de huidige kunstmestprijs van 3,60 euro per kilo stikstof is dat ruim 70 euro per hectare.
De 20 kilo stikstof die op jaarbasis extra uit de drijfmest wordt benut, levert een meeropbrengst van 300 tot 400 kilogram droge stof per hectare. Bij een ruwvoerprijs van 0,175 euro per kilo droge stof levert dit 52 tot 70 euro per hectare op. Dit is bij 55 ton drijfmest per hectare een meeropbrengst van 0,95 tot 1,25 euro per m3.