Afrekenbare stoffenbalans blijkt nog moeilijk vorm te geven

Een combinatie van eenvoudige mineralenbalans, ureumgehalte in de melk en grondgebondenheid vormt een mogelijke invulling van de Afrekenbare Stoffenbalans voor de melkveehouderij. Maar zo’n systeem zal huidige wet- en regelgeving niet kunnen vervangen. Dit constateert CLM Onderzoek en Advies, op basis van interviews en brainstormsessies met vrijdenkers van binnen en buiten de melkveehouderij.

De sector en de politiek willen doelsturing in plaats van middelvoorschriften en hebben voor het mest-, stikstof- en klimaatbeleid daarbij de Afrekenbare Stoffenbalans op het oog. Het ministerie van LNV heeft verschillende onderzoeken uitgezet en aan CLM Onderzoek en Advies gevraagd om out-of-the-box-ideeën te verkennen. CLM heeft 14 ‘vrijdenkers’ gevraagd naar hun ideeën voor een doelgerichte verantwoording van het beleid. Deze ideeën zijn uitgewerkt als mogelijke invulling van de Afrekenbare Stoffenbalans.


Uit de gesprekken blijkt dat het erg moeilijk is een robuust, doelgericht, afrekenbaar instrument voor stikstof, mest en klimaat te ontwerpen. Dit komt onder andere doordat er veel relevante verbindingen met stikstof, fosfaat en koolstof zijn met lokale, regionale en mondiale effecten. Daarnaast is de variatie in de uiteindelijke emissies niet alleen het resultaat van de inrichting en het management op het bedrijf maar deze wordt ook beïnvloed door externe factoren zoals het weer. Melkveehouders hebben het resultaat dus niet volledig in de hand.


De meest kansrijke invulling van de Afrekenbare Stoffenbalans is een combinatie van de mineralenbalans, het ureumgehalte in de melk en grondgebondenheid. Verlaging van het stikstofoverschot vermindert indirect de emissies van ammoniak, nitraat en lachgas. Dit instrument zou gebruik kunnen maken van data die worden vastgelegd ten behoeve van de Kringloopwijzer. Daarmee is de mineralenbalans goed uitvoerbaar en handhaafbaar voor grondgebonden melkveebedrijven.


Nadeel is wel de vrij zwakke relatie tussen het stikstofoverschot en de individuele emissies van ammoniak, lachgas en nitraat. Voor sturing op de ammoniakemissie via de voeding van het vee is een combinatie met het ureumgehalte in de melk gewenst. Overigens worden daarmee effectieve maatregelen als mest en urine scheiden of meer weidegang niet gewaardeerd.


In de gesprekken met vrijdenkers zijn ook andere suggesties voor instrumenten op tafel gekomen, waaronder een stikstofheffing, het stofstatiegeld en een maximale nitraatuitspoeling op perceelsniveau. Deze overige instrumenten zijn complex en moeilijk uitvoerbaar, zijn gericht op indirecte indicatoren in plaats van de emissies op bedrijfsniveau of vergen veel metingen. Het daadwerkelijk meten van emissies op bedrijfsniveau bevindt zich nog in het onderzoeksstadium. En metingen van alle emissies op elk bedrijf zowel in de stal als op het veld is nu nog niet aan de orde.


De gedachte dat met een doelgericht instrument specifieke middelvoorschriften overbodig zijn, wordt vanuit verschillende kanten ontkracht, omdat veel middelvoorschriften voortkomen uit Europese regelgeving. CLM adviseert het ministerie van LNV om met sectororganisaties en individuele melkveehouders in gesprek te gaan over de uitkomsten van deze studie om meer zicht te krijgen op het belang van afrekenbare doelen en de keuzemogelijkheden voor de boer, voor de invulling van toekomstig beleid.


Meer informatie is te vinden in het rapport 'Afrekenbare stoffenbalans Het vrijdenkersspoor' op de website van CLM Onderzoek en Advies.

Bron: CLM Onderzoek en Advies, 22/04/2022
Publicatie: 22-04-2022