Bij gebruik van gemiddeld gehalte in ruwvoer vallen stikstof- en fosfaatproductie anders uit

Bij het bepalen van de stikstof- en fosfaatproductie in dierlijke mest van de melkveehouderij mag Nederland de gehalten aan stikstof en fosfor in het ruwvoer voor enkele jaren middelen. Er mag worden gewerkt met een 5-jarig gemiddelde waarbij de 2 meest extreme jaren qua gehalte in die periode buiten de berekening worden gelaten. Daarmee wordt voorkomen dat de cijfers te sterk worden beïnvloed door bijzondere omstandigheden zoals de droge zomer van 2018. De berekeningswijze is onderdeel van afspraken over de bepaling van het stikstof- en fosfaatplafond die Nederland met de Europese Commissie heeft gemaakt in het zesde Actieprogramma Nitraatrichtlijn.
Wanneer middeling van de gehalten in het ruwvoer wordt toegepast dan leidt dat tot een bijstelling van de voorlopige cijfers voor de stikstof- en fosfaatproductie die het Centraal Bureau voor de Statistiek over 2018 heeft bepaald. Voor stikstof zijn de gehaltes in ruwvoer dan 7 tot 10% lager en voor fosfor 4 tot 8% hoger dan de waarden die het CBS nu gebruikte. Wat de effecten zijn op de definitieve cijfers over de productie van stikstof en fosfaat in dierlijke mest moet over een paar maanden blijken uit de definitieve berekening. In de voorlopige berekening bleef de melkveehouderijsector onder het fosfaatplafond, maar werd het stikstofplafond met 0,3% overschreden.
Bron: Boerderij Vandaag, 13/03/2019
Publicatie: 13-03-2019