Nog geen zicht op areaal van bufferstroken in beekdalen van zandgebieden

Uit een analyse van Wageningen Universiteit en Research komt naar voren dat het inrichten van 100 tot 250 meter brede bufferstroken in beekdalen in de zandgebieden in het oosten, zuiden en midden van Nederland een belangrijke maatregel is met het oog op de Kaderrichtlijn Water met veel effect op het verbeteren van de waterkwaliteit. In deze analyse gaan onderzoekers uit van oppervlaktes van 17.000 tot 79.000 hectare. Op dit moment is echter nog niet bekend waar precies en hoe breed deze stroken in beekdalen op zandgronden exact uitvallen. Dat schrijft minister Staghouwer van LNV aan de Tweede Kamer.

In het addendum bij het zevende Actieprogramma Nitraatrichtlijn heeft Staghouwer aangegeven bufferstroken in beekdalen op zandgronden in te willen stellen. Deze stroken grond kunnen worden ingericht als natuurinclusief grasland met een uitmijnregime, gericht op het afvoeren van fosfor met het gewas. Hierbij wordt niet bemest met fosfor, maar wel met andere nutriënten. Ook kan de strook als natuurgrond worden gebruikt. Ook dan kan bemesting nog onderdeel zijn van het beheer. Wel zal de hoeveelheid toegestane bemesting lager zijn dan bij reguliere landbouwgronden.


De realisatie en precieze uitwerking van bufferstroken in beekdalen wordt onderdeel van een integrale gebiedsgerichte aanpak, schrijft de minister. Daarin zal per gebied worden bepaald welke breedte noodzakelijk is voor het bereiken van de doelen van de Kaderrichtlijn Water. Daarbij worden ook de opgaven voor droogte en wateroverlast betrokken. Daardoor is het precieze areaal wat hieronder gaat vallen op dit moment nog niet bekend.

Bron: Ministerie van LNV, 08/04/2022
Publicatie: 11-04-2022