Ingrijpende aanvullende maatregelen nodig voor goedkeuring 7e actieplan

Minister Henk Staghouwer van LNV heeft van Brussel groen licht gekregen voor het vervolgtraject van het zevende actieplan. Hierbij zal Nederland ingrijpende aanvullende maatregelen moeten nemen om voldoende verbetering van de waterkwaliteit te borgen. Het verlenen van derogatie komt hiermee ook een stap dichterbij.
Deze extra ingrepen pakt de overheid aan als onderdeel voor de integrale gebiedsgerichte aanpak waarmee het kabinet de stikstofcrisis wil oplossen, de waterkwaliteit verbetert en de klimaatopgaven voor de landbouw aanpakt. Deze verschillende opgaven worden dus in één totaalprogramma uitgevoerd.
De financiering van de plannen komt voor rekening van het stikstoffonds van 25 miljard euro dat dit kabinet heeft ingesteld. Ook gaat Den Haag er gelden uit het GLB-fonds voor plattelandontwikkeling voor aanwenden.

Sanering
Onderdeel van dit Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG) is onder meer de opkoop en beëindiging van veehouderijbedrijven. Daarbij worden de productierechten (fosfaat-, varkens- en pluimveerechten) ingenomen en doorgehaald. Hierdoor zal de omvang van de veestapel en daarmee ook de productie van dierlijke mest afnemen, naar verwachting circa 30% (scenario A in bijgevoegde analyse mestbalans 2030).
In de integrale gebiedsgerichte aanpak wordt niet alleen gekeken naar de mestproductie en de emissies die daarbij vrijkomen, maar ook naar de mestaanwending in de plantaardige teelten en de uitspoelingsgevoeligheid van de teelten zelf.
Opkoop of beëindiging van landbouwbedrijven of afwaardering van gronden kan daarom ook gericht zijn op akkerbouwbedrijven, indien uit de gebiedsanalyse blijkt dat het omzetten naar niet-uitspoelingsgevoelige teelten benodigd is om de waterkwaliteitsdoelen te halen.

Grondgebonden melkveehouderij en bufferstroken
Een andere belangrijk doel om derogatie veilig te stellen is dat de melkveehouderij binnen 10 jaar volledig grondgebonden moet zijn. Dit sluit aan bij het 7e AP, het Coalitieakkoord en het voorziene toekomstige mestbeleid. Het kabinet brengt een wijziging van de Meststoffenwet in procedure waarmee de grondgebonden melkveehouderij wordt vastgelegd. Daarbij hoort ook een aanzienlijk areaal (deels permanent) grasland.

Een andere grote impact heeft de vorming van 100 tot 250 meter brede bufferstroken in beekdalen in de zandgebieden van Centraal Nederland, Oost Nederland en Zuid Nederland. Dit is nodig omdat de waterkwaliteit in deze gebieden achterblijft bij de doelen van de Kaderrichtlijn Water (KRW). Per gebied zal worden bepaald welke breedte in de range 100-250 meter noodzakelijk is voor doelbereik van de KRW per gebied, waarbij ook de opgaven voor droogte en wateroverlast worden betrokken. Mogelijk blijft agrarisch natuurbeheer in deze bufferstroken wel mogelijk met als doel het fosfaat in bodem uit te mijnen ten behoeve van de natuur.

Het pakket maatregelen is door Staghouwer voorgelegd aan Eurocommissaris van Milieu Virginijus Sinkevičius. Die is daardoor voldoende overtuigd om de procedure voor de derogatieverlening voort te zetten. Nederland zal op 17 maart een presentatie geven in het Nitraatcomité van de Europese Commissie. 
De komende periode zullen verdere gesprekken met de Europese Commissie plaatsvinden over de inhoud en voorwaarden van de derogatie. Daaruit kunnen aanvullende eisen of voorwaarden voortkomen, zo meldt minister Staghouwer in een Kamerbrief.
Ingrijpende aanvullende maatregelen nodig voor goedkeuring 7e actieplan
Bron: Nieuwe Oogst
Publicatie: 03-03-2022

Bijlages downloaden

199148.pdf