Onzekerheid rond derogatie stelt melkveehouders voor keuzes
In 2021 konden melkveebedrijven met een derogatievergunning op grasland op de zuidelijke en centrale zandgronden en lössgronden 230 kilo stikstof uit rundermest per hectare toedienen. Voor bedrijven met derogatie in andere gebieden kon op grasland tot maximaal 250 kilo stikstof uit rundermest worden gebruikt. Zonder derogatie is ongeacht grondsoort, niet meer dan 170 kilo stikstof per hectare uit dierlijke mest toegestaan.
Wanneer in 2022 geen derogatie op dezelfde voorwaarden verleend wordt, zullen melkveebedrijven tussen de 14 en 19 kuub per hectare grasland buiten het bedrijf afgezet moet worden. Om toch dezelfde hoeveelheid stikstof per hectare te gebruiken zal bovendien 60 tot 80 kilo stikstof per hectare grasland in de vorm van stikstof aangekocht moeten worden.
Melkveehouders staan voor de keuze of zij in deze situatie beter uit kunnen gaan van een jaar zonder derogatie. In dat geval kan het verstandig zijn al bijtijds contracten te sluiten voor de extra mest die moet worden afgezet. Wie wel over het hele bemestingsseizoen op derogatieniveau drijfmest inzet, loopt het risico dat er zonder verlenen van derogatie te veel stikstof uit organische mest is gebruikt. Dat kan voor een bedrijf grote consequenties hebben.
Een ondernemer die geen derogatie aanvraagt heeft ook mogelijkheden om het bouwplan bij te stellen. De eis dat minimaal 80% van areaal in de vorm van grasland wordt gebruikt geldt niet meer. Een melkveehouder kan dus overwegen om meer mais te telen.