Kwaliteit van oppervlaktewater in Vlaamse landbouwgebied blijft onvoldoende

Uit de recentste meetgegevens van de van de Vlaamse Milieumaatschappij blijkt dat de kwaliteit van het oppervlaktewater in landbouwgebied in Vlaanderen onvoldoende blijft en dat Vlaanderen verder verwijderd is van de doelstelling dan bij de start van het zesde mestactieplan (MAP 6). Dat staat in het Mestrapport Vlaanderen 2021 van de Vlaamse Landmaatschappij

In het winterjaar 2020-2021 werd op 31% van de meetplaatsen minstens één keer de drempelwaarde van 50 milligram nitraat per liter overschreden. Voor grondwater zijn er regionale verschillen en stagneren de cijfers op Vlaams niveau. De nitraatgehalten in de bovenste filter van het grondwatermeetnet schommelen de laatste drie meetjaren rond 35 milligram nitraat per liter.


Uit de ontwikkeling van de inbreukpercentages bij bepaalde controleacties blijkt duidelijk dat terreincontroles effect hebben. Zo is het inbreukpercentage bij de controles op het opbrengen van mest gedaald van 11% in 2015 tot 5% in 2020. Ook bij de controles op de teeltvrije zone van minstens 1 meter langs waterlopen, is het inbreukpercentage gedaald van 50% in 2018 tot 8% in 2021.


De Vlaamse Mestbank stelt vast dat gedragsverandering soms moeilijk te realiseren is. Zo worden er jaarlijks bij zo'n 40% van de terreincontroles op de mestopslag inbreuken vastgesteld en brengen nog te veel bedrijven hun mestopslag pas in orde na een controle. Op bedrijven met veel dieren en een mestoverschot, blijft een tekort aan landbouwgrond om mest op kwijt te kunnen het voornaamste probleem. De dienst Bedrijfsdoorlichting stelt vast dat de hoge kostprijs van externe mestafzet zoals mestverwerking de belangrijkste drijfveer is voor fraude.


De nitraatresidumetingen die de Mestbank elk najaar laat uitvoeren bleek bij 35% van de bedrijven met een perceelsevaluatie en 49% van de bedrijven met een bedrijfsevaluatie in 2020 het nitraatresidu hoger dan de nitraatresidudrempelwaarde. Door verkeerde bemestingspraktijken blijven er teveel nitraten achter in de bodem in het najaar met hogere risico's op uitspoeling naar grond- en oppervlaktewater. De laatste 4 jaren blijft het gemeten nitraatresidu in de bodem steken op gemiddeld circa 80 kilo nitraatstikstof per hectare.


Landbouwgrond waarop een beheerovereenkomst waterkwaliteit wordt toegepast, scoort beter, met gemiddeld circa 50 kilo nitraatstikstof per hectare. Op die landbouwgrond worden gewassen met een laag risicoprofiel geteeld en wordt voorzichtiger omgegaan met de bemesting. De recente ontwikkeling van de waterkwaliteit en het nitraatresidu hangt ook samen met  de droogteperiodes tijdens het groeiseizoen in de jaren 2017 tot en met 2020. Die hebben geleid tot minder opname van stikstof door de gewassen en een hoger nitraatresidu en een hoger risico op uitspoeling van nitraten naar het water.


Klimaatverandering vormt een uitdaging voor de landbouwers en een factor waarop ingespeeld moet worden om nutriëntenverliezen te beperken. Uit recent onderzoek blijkt dat met het toepassen van de juiste bemestingspraktijken en -technieken, de landbouwers nu al kunnen inspelen op het wijzigende klimaat en tegelijk hun meststoffenverliezen kunnen doen dalen. Ook het tijdig inzaaien van een vanggewas na de oogst van de hoofdteelt is een goede praktijk om het resterende nitraat in de bodem op te nemen.


Meer informatie is te vinden in het Mestrapport 2021 van de Vlaamse Landmaatschappij.


 

Bron: Vlaamse Landmaatschappij, 17/12/2021
Publicatie: 28-12-2021