Contouren voor alternatief voor zevende actieprogramma Nitraatrichtlijn
Het uitgangspunt voor het alternatieve plan is dat ondernemers een keuzemogelijkheid krijgen hoe zij aan het verbeteren van grond- en oppervlaktewaterkwaliteit willen gaan werken. Ze kunnen kiezen voor de generieke aanpak van het zevende Actieprogramma, óf voor een uitgewerkte maatwerkaanpak.
De landbouworganisaties stellen dat een klein deel van de ondernemers met weinig aanpassingen in de bedrijfsvoering aan de voorwaarden van het generieke beleid kunnen voldoen. Voor de ondernemers die wél grote aanpassingen zouden moeten doen, moet er de keuze komen voor maatwerk, waarbij boeren en tuinders via een gebiedsgerichte aanpak doelgericht maatregelen nemen.
Die opgaven die er liggen op het gebied van grond- en oppervlaktewaterkwaliteit zijn per bedrijf, bouwplan, grondsoort en regio verschillend. Bij de maatwerkaanpak wordt daarom gekeken naar specifieke opgaves die er liggen per landbouwregio of deelstroomgebied. Wanneer een ondernemer ervoor kiest om aan de maatwerkaanpak deel te nemen kan worden gekozen uit een set van wetenschappelijk onderbouwde maatregelen, die het beste bij het bedrijf, de lokale omstandigheden en de ondernemer passen.
Wanneer het oppervlaktewater betreft kunnen boeren en tuinders per regio kiezen voor maatwerk of voor het generieke programma. Regionaal maatwerk wordt in dat gebied verder uitgewerkt met behulp van een systematiek vergelijkbaar met die van het Deltaplan Agrarisch Waterbeheer en het Agrarisch natuur- en landschapsbeheer.
De opgave van een individueel bedrijf wordt bepaald door verschillende factoren, zoals het afspoelingsrisico van percelen, het bouwplan en het gebruik van toedieningstechnieken voor bemesting. De maatwerkaanpak geldt voor het totale bedrijf, maar de aanpak kan per perceel verschillen. Boeren en tuinders zullen samen met overheden een plan van aanpak maken en dat ook uitvoeren.
Voor de grondwaterkwaliteit zal er per landbouwregio een gewenst stikstofbodemoverschot worden bepaald. Ondernemers die aan het maatwerkplan deelnemen moeten dit stikstofbodemoverschot gemiddeld over een aantal jaren halen, beginnend in 2023. Per gewas wordt een regionaal standaard stikstofbodemoverschot gedefinieerd, afhankelijk van de gemiddelde landbouwpraktijken. Zo weet elke ondernemer de gevolgen van een keuze voor een gewas, wat betreft uitspoeling.
Een ondernemer kan er ook voor kiezen om extra maatregelen te treffen die bijdragen aan het verminderen van uitspoeling, zoals bijvoorbeeld het gebruik van vanggewassen. Deze maatregelen zullen een positieve bijdrage hebben voor het stikstofbodemoverschot van dat jaar en daarmee zal de te behalen doelstelling voor het eigen bedrijf en de regio hebben sneller worden behaald.
De maatregelen zijn handhaafbaar en controleerbaar. Op gebiedsniveau worden afspraken gemaakt over het realiseren van de doelen. Samen met de ondernemers wordt een plan uitgezet, waarmee in 2027 het bedrijfsdoel en daarmee het gebiedsdoel worden bereikt. De keuze voor maatwerk is niet vrijblijvend: de ondernemer committeert zich aan het uitvoeren van de gekozen maatregelen. Als de waterkwaliteitsnormen niet worden behaald met de maatwerkaanpak, valt de betreffende ondernemer terug op het generieke beleid. Een nog te selecteren gebiedspartij monitort, begeleidt, stuurt en borgt de realisatie van de doelen op gebiedsniveau.
Onderdeel van de maatwerkaanpak is dat er steekproefsgewijs nitraatresidu op perceelsniveau worden genomen waarvan de uitkomst aan een bepaalde bandbreedte moet voldoen. Nitraatresidu is de hoeveelheid nitraatstikstof per hectare in de bodem in de laag tot 90 centimeter onder maaiveld in het najaar. Deze aanpak maakt dat ondernemers druk voelen om te voldoen aan de eisen.
In de eerste helft van 2022 wordt het maatwerkplan in overleg met het ministerie van LNV verder uitgewerkt en wordt bekeken wat nog nodig is om aan alle criteria te voldoen, zodat ondernemers op 1 januari 2023 kunnen kiezen voor ofwel het generieke beleid ofwel de toepassing van het maatwerkplan op het bedrijf.