Mesttransportbedrijf moet zich verantwoorden voor de rechter
Varkensmest was de meest voorkomende soort in de opslagsilo’s dus koos men voor die code, zei een werknemer. De NVWA verlangt dat er telkens een code vermeld werd van de vier meest voorkomende mestsoorten in de silo. Volgens de werknemer is dat onwerkbaar, omdat er soms tegelijk mest werd gelost en geladen. Het in niet mogelijk om de percentages bij te houden. Volgens de advocaat van de onderneming was de toegepaste werkwijze ‘de dagelijkse praktijk in Nederland’.
Het Openbaar Ministerie verdenkt het bedrijf ook van fictieve mesttransporten. De onderneming erkent dat er in 2 situaties iets is mis gegaan, maar volgens hem gebeurde dat buiten zijn schuld. Een ondernemer uit Franeker gaf opdracht om mest uit rijden op percelen die hij helemaal niet in pacht bleek te hebben.
De rechter merkte op dat de tonnen mest waar de zaak betrekking op heeft niet door de boeren zelf vervoerd kunnen zijn, terwijl rit- en gps-gegevens ontbreken in de administratie. Voor de advocaat van de onderneming uit Oldebroek was dat reden om de rechter te wraken. "Als de rechter al op voorhand stelt dat de boeren de mest niet zelf hebben uitgereden, dan is de conclusie op voorhand dat er sprake is van valsheid in geschrifte en is mijn cliënt al veroordeeld."
Het wrakingsverzoek had tot gevolg dat de zitting werd afgebroken. De wrakingskamer oordeelde echter dat van vooringenomenheid geen sprake is. De strafzaak wordt daarom op dinsdag 7 december met dezelfde rechters voortgezet.