Om een perceel in een Natura 2000-gebied te mogen bemesten of beweiden heeft men een vergunning binnen de wet Natuurbescherming nodig. Een uitzondering is er alleen als er sprake is van voortzetting van bestaande praktijk. Hierover is onduidelijkheid ontstaan, en daarmee is er behoefte aan een duidelijke richtlijn. Een ruime meerderheid van de Tweede Kamer heeft de motie (nr. 35600) hierover van de VVD gesteund.
De onduidelijkheid is ontstaan sinds een rechter in Overijssel in een zaak bepaalde dat vrijstelling van de vergunningplicht binnen de Wet op natuurbescherming alleen geldt als de betrokken activiteit ongewijzigd wordt voortgezet sinds de Europese referentiedatum.
Het kabinet stelde vervolgens dat significante gevolgen ook kunnen worden uitgesloten wanneer er weliswaar wat gewijzigd is, maar de stikstofdepositie op een Natura 2000-gebied niet stijgt. Ook dan zou er geen vergunning nodig zijn.
De Tweede Kamer vindt dat er behoefte is aan een regeling met heldere richtlijnen en een deugdelijke juridische basis waarbij er geen enkele onduidelijkheid is over de onderbouwing van het begrip ‘bestaand gebruik’ en vraagt de minister daar aan te werken.
Alleen D66, PVV, Partij van de Dieren en Bij1 stemden tegen de motie.