Onzekerheid over plannen van Fennenoord in Deventer

Het is onzeker of het bedrijf Fennenoord de mestverwerkingsfabriek op een gedempte havenarm in Deventer, achter het voormalige terrein van chemiereus AkzoNobel kan realiseren. De gemeente Deventer lijkt het bedrijf te willen weren via een wijziging van het bestemmingsplan. De belangrijkste wijziging daarin is dat mestgerelateerde activiteiten op de beoogde locatie niet meer zijn toegestaan. De gemeenteraad moet deze bestemmingsplanwijziging nog goedkeuren.

Fennenoord wil in Deventer op jaarbasis 300.000 ton varkensdrijfmest en circa 20.000 ton kippenmest uit Oost-Nederland omzetten in biogas, bio-LNG, ammonia en organische meststoffen. Daarvoor wil de onderneming een grote bioraffinaderij realiseren. De gemeente Deventer lijkt niet te willen meewerken aan de plannen uit vrees voor stankoverlast. Volgens directeur Rob Korten van Fennenoord is dat niet terecht. 


Korten verwijst naar onderzoek van een adviesbureau naar de geurbelasting voor de omgeving van de beoogde mestverwerkingsfabriek. "De dichtsbijzijnde woningen liggen op 700 meter. Uit het onderzoek blijkt dat met ons plan ruimschoots aan de geureisen kan worden voldaan. Geurende stoffen zoals ammoniak zijn voor ons juist grondstoffen voor onze producten”, zegt hij. "Die halen we dus via gesloten destillatieprocessen uit de mest. Als er ammoniak buiten het proces zou komen, dan zou dit betekenen dat wij inkomsten verliezen."


Wethouder Grijsen  van de gemeente Deventer stelt dat geuremissie in de praktijk soms toch anders blijkt uit te vallen dan in rapporten vooraf aangegeven wordt. "Wij vragen ons af of dit wel een ontwikkeling is die past bij het gebied. Op het terrein van de nabijgelegen innovatiecampus De Gasfabriek werken veel mensen. Bovendien zullen er in de toekomst meer nieuwe woningen in de omgeving gebouwd gaan worden."

Bron: De Stentor, 01/10/2021
Publicatie: 07-10-2021