Loonwerker niet aansprakelijk voor overtreden Meststoffenwet

Een agrarisch bedrijf dat in 2015 over het kalenderjaar 2014 een bestuurlijke boete van 5764 euro opgelegd kreeg vanwege een vertreding van de Meststoffenwet kan die boete niet op een loonwerker verhalen. Dat heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden dinsdag 24 augustus bepaald in een zaak die de veehouder had aangespannen. Het gerechtshof laat daarmee een eerder oordeel van de kantonrechter in stand.

De veehouder kocht in 2014 bijna 30 hectare snijmais op stam die werd geteeld op verschillende percelen van de gemeente Smilde tegen een vaste vergoeding per hectare. Een loonwerker regelde de werkzaamheden voor de maisteelt. Er werd de afspraak gemaakt dat 600 m3 runderdrijfmest van het veehouderijbedrijf over de betreffende percelen zou worden uitgereden.


De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl) legde de veehouder in oktober 2015 een bestuurlijke boete van 5.764 euro op in verband met het overschrijden van de gebruiksnorm dierlijke meststoffen en de fosfaatgebruikersnorm in 2014 met in totaal 524 kilogram fosfaat. Naast de rundermest bleek er ook varkensdrijfmest op de percelen te zijn gereden.


De kantonrechter stelde al eerder vast dat de loonwerker niet het exclusieve gebruik van de maispercelen had. De veehouder kan niet aantornen dat de loonwerker de varkensmest heeft uitgereden of heeft laten uitrijden. Op de vervoersbewijzen voor de aangeleverde varkensmest staat het veehouderijbedrijf als van de varkensmest afnemer vermeld.


De loonwerker wordt als ‘overige betrokkene’ genoemd op het formulier, maar de veehouder kan niet toelichten waaruit de betrokkenheid van de loonwerker uit heeft bestaan, hoe diens naam op het vervoersbewijs is gekomen en waarom de bewijzen zich in de boekhouding van de het veehouderijbedrijf bevinden. Er is geen bewijs dat de varkensmest door de loonwerker op naam van het bedrijf is geregistreerd en dat dt bedrijf verantwoordelijk was voor de teveel uitgereden mest op de maispercelen.


Meer informatie is te vinden in de uitspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

Bron: Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 26/08/2021
Publicatie: 30-08-2021