Vrijstelling voor bovengronds aanwenden runderdrijfmest met 5 jaar verlengd

De vrijstellingsregelingen voor bovengronds aanwenden van runderdrijfmest worden met 5 jaar verlengd tot en met 2023 teneinde deze periode te gebruiken voor vervolgonderzoek en doorontwikkeling. De voorwaarden worden wel aangescherpt, met name de vereiste mate van beweiding, de registratie daarvan en het toegestane stikstofoverschot op bedrijfsniveau. Daarmee wordt de regeling zo goed mogelijk toegespitst op de beoogde beperkte doelgroep en wordt de hoeveelheid runderdrijfmest die op deze bedrijven wordt geproduceerd en bovengronds mag worden aangewend op grasland, zoveel mogelijk beperkt. Dat blijkt uit een publicatie van minister Schouten van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) in de Staatscourant.
De eis van minimaal 6 uren per dag weiden gedurende minstens 150 dagen voor runderen is niet veranderd. Wel wordt de ondernemer verplicht om een weidegangkalender bij te houden. Daarnaast is de eis van beweiding gemiddeld iets verhoogd door dag en nacht weiden verplicht te stellen in plaats van 6 uur per dag voor een afgebakende periode.

Het toegestane stikstofoverschot op het bedrijf wordt verlaagd van 125 kilogram naar 100 kilogram stikstof per hectare, berekend volgens het principe van een stikstofbalans op bedrijfsniveau. Deze berekening van de stikstofbalans moet aansluiten bij de manier waarop het bedrijfsoverschot in de KringloopWijzer wordt berekend. Voor 2018 geldt nog de waarde van 125 kilogram stikstof per hectare.

Alleen de vloeibare rundermest die is geproduceerd op het eigen bedrijf mag breedwerpig bovengronds worden uitgereden op grasland. Er mag eventueel mest van runderen worden aangevoerd voor bemesting van bouwland, maar die mag niet bovengronds worden uitgereden. Daarnaast worden de bedrijven verplicht om bij een inspectie de documenten te overleggen waarmee kan worden aangetoond dat wordt voldaan aan de voorwaarden voor vrijstelling.
Bron: Staatscourant, 18/02/2019
Publicatie: 18-02-2019