Mestoverschot lijkt om te slaan in mesttekort

Nu het uitrijdseizoen voor de deur staat moeten intermediairs leuren en trekken om mest los te krijgen, voornamelijk rundveedrijfmest is slecht verkrijgbaar. Hierdoor zijn lagere mestafzetprijzen aannemelijk en dat betekent ook dat akkerbouwers hoogstwaarschijnlijk met een lagere prijs genoegen moeten nemen.
Vanaf zaterdag 16 februari mag er op zand- en lössgronden (op bouw- en grasland) drijfmest worden geïnjecteerd. Het uitrijden van vaste mest is al vanaf 1 februari toegestaan. De veehouders kijken reikhalzend uit naar deze data, want historisch gezien klinkt dan het startschot voor dalende mestafzetprijzen.

Maar waar er eind vorig jaar sprake was van een mestoverschot dreigt nu misschien wel een mesttekort. In het najaar van 2018 konden dankzij de verlenging van het uitrijdseizoen nog de nodige volumes worden uitgereden. Het gros van de varkenshouders heeft daardoor waarschijnlijk voldoende putruimte om dit voorjaar te wachten met het geven van aanbod. En dat biedt de varkenshouders speelruimte om dalende mestprijzen af te wachten, waardoor varkensmest momenteel beperkt beschikbaar is.

Daarnaast is het aanbod van rundveedrijfmest zelfs schaars. Vanwege de fosfaatwetgeving zijn veel melkveehouders gedwongen om te snijden in de veestapel, waardoor de mestproductie logischerwijs ook is teruggelopen. Veel van de melkveehouders kunnen de mest dit voorjaar naar schatting veelal op eigen land kwijt.
Bron: Boerenbusiness, 14/02/2019
Publicatie: 15-02-2019