CBb vernietigt opgelegde boete bij overtreden van Meststoffenwet

Een veehouder die een boete kreeg opgelegd door de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) vanwege een overtreding van de Meststoffenwet in 2013 gaat alsnog vrijuit. Het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) oordeelt dat de minister van LNV het verbod op willekeur heeft geschonden.

Het CBb verwijst in de behandeling van de zaak naar een eerdere uitspraak van december 2018. Toen werd door het college vastgesteld dat de staat ten onrechte geheime marges hanteerde bij de beoordeling van de mestboekhouding. De minister heeft daarop alsnog de marges openbaar gemaakt.


Het ministerie van LNV meende dat na deze uitspraak en de openbaarmaking van marges boetes die eerder  waren opgelegd zonder gebruikmaking van de marges in stand konden blijven. Het CBb stelt echter vast dat als gevolg van het herroepen van circa 80% van de boetes en het niet standhouden van nog eens 7% van de boetes in verband met het niet slagen van verweer er verschillen in handhavingsregime zijn ontstaan tussen verschillende groepen veehouders die mest aan- of afvoeren.


Het CBb vindt dat hierdoor sprake is van een rechtens onaanvaardbare verscheidenheid in uitkomst die maakt dat de minister niet zonder in strijd te handelen met het verbod van willekeur de resterende 13% van de boetes kan handhaven. Er is dan geen sprake meer van een consistent uitvoeringsbeleid van het handhavingsregime.


Meer informatie is te vinden in de uitspraak van het CBb.

Bron: College van Beroep voor het bedrijfsleven, 27/07/2021
Publicatie: 27-07-2021