Nieuw college van GS Noord-Brabant gaat voortvarend door met uitvoeringsagenda mest
Aanvullende maatregelen kunnen nodig zijn, maar dan volgt GS het landelijke beleid. Alleen bij consensus kan hiervan worden afgeweken.
Ten aanzien van mestverwerking ziet GS de urgentie om nog deze bestuursperiode (tot 2023) om zowel de uitvoeringsagenda Mest als de hieruit volgende PlanMER mestverwerking te voltooien. In het ‘Addendum op het bestuursakkoord 2020-2023’ zegt de provincie hierover het volgende:
“Met de Omgevingsvisie en diverse vigerende beleidsregels borgen we de kwaliteit van de omgeving in relatie tot mestbewerking. We kiezen voor zorgvuldigheid en duidelijkheid als het gaat om nieuwe ontwikkelingen; met kringlooplandbouw als uitgangspunt worden het beleidskader Landbouw & Voedsel en de uitvoeringsagenda Mest opgesteld. Binnen deze kaders wordt vervolgens samen met de regio’s een plan MER uitgevoerd om te komen tot regionale afspraken over mestbewerkingslocaties en de onderliggende voorwaarden. Wij zien de urgentie om dat in deze bestuursperiode te realiseren.”
Verder benadrukt GS het belang van de aanpak van mestfraude. Handhaving in een combinatie tussen provincie, het Rijk en anderen is en blijft een belangrijk dossier: “Niet acteren is voor alle betrokkenen een probleem.”
Het college kent zeven gedeputeerden, waarvan vier gedeputeerden portefeuilles hebben die het meest direct aan landbouwthema’s gerelateerd zijn:
- Erik Ronnes (CDA), o.a. portefeuille Gebiedsgerichte aanpak stikstof
- Anne-Marie Spierings (D’66), gedeputeerde Energie, Circulaire economie en Milieu
- Hagar Roijackers (GroenLinks), gedeputeerde voor o.a. Water, Natuur en Gebiedsgerichte aanpak
- Elies Lemkes-Straver (CDA), gedeputeerde Landbouw, Voedsel, Bodem, vergunningverlening, toezicht en handhaving
