Vlaanderen verwerkte en exporteerde minder mest in 2020
De daling in de mestverwerking in 2020 is volgens het Vlaams Coördinatiecentrum voor Mestverwerking VCM deels te wijten aan de verminderde vraag naar landbouwproducten ten gevolge van horeca-sluitingen tijdens de lockdown. Door een dalende vraag naar champignons in de horeca was hierdoor een daling in champignonsubstraatbereiding. En de sluiting van de horeca zorgde voor meer leegstand in pluimveestallen.
De verwerking en export van mest in 2020 betrof gerekend naar de hoeveelheid stikstof voor 43,4% varkensmest en 46,9% pluimveemest. De export in tonnage ruwe varkens- en pluimveemest is gestegen. De verwerking van varkensmest nam ook toe maar de verwerking van pluimveemest is gedaald.
De verwerking en export van runder- en kalfsmest daalde met 6% ten opzichte van 2019. De verwerking van de dikke fractie van rundermest nam met 77% af. De export van ruwe rundermest naar Nederland steeg met 25%. Ook de verwerking van dunne fractie van rundermest is met 12,5% toegomen. Ook de verwerking van digestaat nam in 2020 met 3,9%. toe.
In Vlaanderen is de biologische mestverwerking waarin stikstof wordt verwijderd uit de dunne fractie van varkensmest, rundermest of digestaat nog steeds de meest toegepaste techniek. In 2020 werden nog 5 nieuwe biologische mestverwerkingsinstallaties operationeel. De tweede meest toegepaste techniek in Vlaanderen is het biothermisch drogen. Er zijn 16 van deze installaties, waarvan 3 installaties ook het eindproduct drogen en korrelen,. In 2020 kwam er 1 biothermische drooginstallatie bij in Vlaanderen. In 2020 zijn er 4 bedrijven gestopt of tijdelijk niet operationeel.
Meer informatie is te vinden in de rapportage 'VCM-enquête Operationele Stand van zaken Mestverwerking 2020'.