'Verzoek om uitzondering in Europese Kaderrichtlijn Water kan nog in 2027'

Er bestaan nog wel uitzonderingsgronden waarop lidstaten van de Europese Unie zich kunnen beroepen als doelen van de Europese Kaderrichtlijn Water in 2027 niet gerealiseerd zijn. Het is wel belangrijk dat in ieder geval de maatregelen om dat zo veel mogelijk uit te sluiten uiterlijk in 2027 zijn uitgevoerd. Dat schrijft minister van Nieuwenhuizen van Infrastructuur en Waterstaat aan de Tweede Kamer in een reactie op vragen van de partij Ja21.

Een lidstaat kan er zich bijvoorbeeld op bereoepen dat de oorzaak voor een normoverschrijding ligt bij natuurlijke omstandigheden. Het duurt bijvoorbeeld jaren voordat de kwaliteit van grondwater reageert op veranderingen boven de grond. En ook in het oppervlaktewater zullen bepaalde chemische stoffen nog lang aanwezig zijn, ook als het gebruik van een stof is verboden.


Onder bepaalde voorwaarden is het mogelijk om minder strenge doelen vast te stellen voor specifieke waterlichamen. Als onderdeel van de motivatie moet aangetoond worden dat al het mogelijke is gedaan. Nederland heeft daar nog 6 jaar voor. Daarom is er tot nog toe geen gebruik gemaakt van deze uitzonderingsgrond.


In de ontwerp-stroomgebiedbeheerplannen voor de periode 2022-2027 zijn aanvullende maatregelen opgenomen om de waterkwaliteit verder te verbeteren. In 2024 is een tussenevaluatie gepland om na te gaan of er meer maatregelen nodig en mogelijk zijn en om zo nodig een motivatie richting de Europese Commissie voor te bereiden.


Nadat de definitieve stroomgebiedbeheerplannen zijn vastgesteld en in maart 2022 aan de Europese Commissie worden gestuurd, heeft de Europese Commissie gelegenheid hierop een reactie te geven die eventueel kan leiden tot een inbreukprocedure. Ook kan bij concrete besluiten nationaal via de rechter worden getoetst of de plannen voldoende in lijn zijn met de richtlijn.

Bron: Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, 02/07/2021
Publicatie: 09-07-2021