Inventarisatie mestverwerking Vlaanderen 2020

VCM heeft via zijn jaarlijkse studie de stand van zaken van de mestverwerking in Vlaanderen in kaart gebracht. Dit rapport geeft een goed overzicht van de omvang van de sector, de export en de aard van de verwerkingsinstallaties.

In Vlaanderen wordt de (verplichte) mestverwerking uitgedrukt in kilogrammen stikstof. De belangrijkste manieren om hieraan te voldoen zijn:

  • Het exporteren van mest
  • Het verwijderen van stikstof uit de mest door dit om te zetten naar N2 dat in de lucht verdwijnt (dit wordt ook wel het ‘biologisch systeem’ genoemd)


Totale verwerking
Bij elkaar verwerkten ze in 2020 4,6 miljoen ton mest wat overeenkomt met 43,5 miljoen kg stikstof. 90% van deze 43,5 miljoen kg stikstof was afkomstig van varkensmest (43,4%) en van pluimveemest (46,9%).
Er is voor het eerst sprake van een daling van de mestverwerking, van respectievelijk 0,4 miljoen ton mest (8%) en 6,3 miljoen kg stikstof (13%). Hiervoor geeft VCM een aantal verklaringen: vanwege corona was in een aantal landbouwsectoren de markt zo slecht dat de productie daalde. Zo werd er minder champignonsubstraat geproduceerd en besloten veel vleeskuikenhouders hun stallen een tijdje leeg te laten. Ook was er door een betere voederconversie en aangepast voer het stikstofgehalte in de mest lager dan het jaar ervoor.

In de varkenshouderij is het volume gestegen en in de pluimveehouderij gedaald. In kilogrammen stikstof is de verwerking voor beide sectoren gedaald. 


Figuur: Ontwikkeling mestverwerking in Vlaanderen 


Export verwerkte producten

De export van zowel pluimveemest als varkensmest is overigens wel gestegen. In totaal was deze export van verwerkte producten 1,4 miljoen ton eindproduct.

Verreweg de grootste exportmarkt voor Vlaanderen is Frankrijk, waar 874.000 ton product naartoe ging. Dit bestond voor 71% uit compost, voor 15% uit ‘bekalkte mest’ en voor ruim 8% uit dikke fractie uit mest of digestaat.

Er werd 293.000 ton mest naar Nederland geëxporteerd. Dit bestond voor het grootste deel (176.000 ton) uit champignonsubstraat. Dit is overigens een daling van 158.000 ton ten opzichte van 2019. Andere mestproducten die naar Nederland werden geëxporteerd zijn met name gecomposteerde mest (75.000 ton), dikke fractie van mest of digestaat (13.000 ton) en dunne fractie van digestaat (21.000 ton).

Naar Duitsland werd 89.000 ton geëxporteerd. Dit was een stijging van 74% ten opzichte van 2019.
Naar overige landen werd 145.000 ton geëxporteerd.


143 mestverwerkingsinstallaties 
Momenteel zijn er in Vlaanderen 143 operationele mestverwerkingsinstallaties actief, waarvan de gegevens van 137 installaties werden opgenomen in het rapport. Van deze 137 installaties bevinden zich er 74 in West-Vlaanderen en 34 in provincie Antwerpen. 122 installaties staan in agrarisch gebied en 15 op een bedrijventerrein.

In een enquête onder de mestverwerkers is gevraagd naar de gebouwde capaciteit en de operationele capaciteit Hieruit blijkt dat er 36% van de maximale capaciteit niet benut wordt. Hiervoor wordt in het rapport een aantal redenen gegeven, o.a. het feit dat het biologische systeem niet het gehele jaar op 100% capaciteit kan draaien en er dus een overcapaciteit moet worden geïnstalleerd.

Qua technieken verschilt de mestverwerkingssector sterk van die in Nederland:

  • 102 van de 137 producenten hebben het ‘biologische systeem’.
  • Er zijn 6 ‘constructed wetlands’. Hierbij wordt het effluent in een rietveld verder gezuiverd voordat het naar het oppervlaktewater wordt afgevoerd.
  • Er zijn in totaal slechts twee verwerkers met een omgekeerde osmose.
  • Er zijn vijftien composteringsinstallaties, waarvan er drie de compost verder drogen en korrelen.

Het rapport is hier bijgevoegd. Voor vragen kunt u contact opnemen met VCM: info@vcm-mestverwerking.be

Auteur: Jan Roefs
Bron: Vlaams Coƶrdinatiecentrum voor Mestverwerking (VCM)
Publicatie: 09-07-2021