Drijfmest van nertsenbedrijf mag onder voorwaarden regulier worden aangewend
Bij laboratoriumtesten, waarbij SARS-CoV-2 was toegevoegd aan droge mest van nertsen en giertankinhoud, was het virus RNA na een aantal weken nog aan te tonen, hoewel de celkweek al snel negatief was.
Nertsenhouders van besmette bedrijven mochten drijfmest in eerste instantie alleen afvoeren naar een vergister waar de mest zou worden verhit tot een temperatuur van minimaal 70°C. De Jonge en Schouten hebben gevraagd een inschatting te geven van mogelijke risico’s van het regulier aanwenden van mest van besmette nertsenbedrijven voor de volks- en diergezondheid.
De deskundigen hebben het risico voor de dier- en volksgezondheid van het regulier emissiearm aanwenden van drijfmest als klein geschat. De kans dat wilde dieren worden besmet achten zij ook gering. Op basis van deze risicoanalyse hebben de ministers besloten, dat de nertsenhouders de drijfmest regulier kunnen aanwenden, met inachtneming van de daarbij behorende hygiënemaatregelen.
De NVWA zal op verzoek van de houders een ontheffing verlenen aan houders van besmette nertsenbedrijven voor het regulier aanwenden van de mest, volgens de gangbare mestregelgeving. Aan de voorwaarden van de ontheffing wordt, op advies van de deskundigen, toegevoegd dat drijfmest niet mag worden aangewend in een periode van langdurige droogte. De voorwaarden, die worden gesteld aan de afvoer van droge mest blijven hetzelfde.