'Collectieve mestverwerking vergt commitment van varkenshouders'
De mestafzetcoöperatie Mestac krijgt momenteel te weinig mest aangeboden voor de mestverwerkingsinstallatie Merensteyn in Ysselsteyn. Bij de installatie wordt maar twee derde van het gewenste volume aangevoerd. Dat betreft mest waarvoor contracten zijn afgesloten. Een derde deel, circa 55.000 ton op jaarbasis, moet van de vrije markt komen. Die aanvoer is er nauwelijks.
De prijs waartegen Merensteyn mest kan verwerken ligt momenteel hoger dan wat op de vrije markt voor mestafzet wordt betaald. Door de grootschalige export van pluimveemest is er een hoog aanbod van vervangende verwerkingsovereenkomsten. De prijs van deze overeenkomsten is daardoor lager dan voorzien.
Het huidige tarief dat wordt gehanteerd is nodig om alle mest correct te verwerken, aldus Van den Bergh. Er zijn wel plannen om de mest nog beter tot waarde te brengen, maar om te kunnen innoveren is het belangrijk dat de installatie in Ysselsteun op een hoge capaciteit draait. Mestac heeft een SDE-beschikking voor een biomassakachel. Daarmee zou de dikke fractie tot 85% droge stof kunnen worden gedroogd en kunnen er mestkorrels worden geproduceerd.
Mestac werkt nu met een vrijstelling voor het gebruik van het mineralenconcentraat als kunstmestvervanger. Deze loopt nog tot eind 2021. Volgens Van den Bergh is het van enorm belang voor de grootschalige mestverwerking in Nederland dat er een definitieve erkenning als kunstmestvervanger komt. Anders voorziet hij dat er alleen nog mestscheiding zal plaatsvinden, waarbij de dikke fractie wordt geëxporteerd. Dat kan het goedkoopst op het boerenerf.