Geen MIA voor investering in verwerking van digestaat na co-vergisting
De exploitant van de vergister combineert het houden van melkvee en varkens met akkerbouw en de productie van energie. Sinds 2008 beschikt de onderneming over een mestvergistingsinstallatie. In 2014 investeerde het bedrijf voor 358.000 euro in een installatie om het digestaat te verwerken. De onderneming meent dat voor deze investering aanspraak gemaakt kon worden op de MIA. Het bedrijf stelt dat de verwerkingsinstallatie los van de mestvergistingsinstallatie kan worden gebruikt.
De rechter oordeelt dat het bedrijf geen aanspraak kan maken op de MIA voor de investering. Volgens de rechter hoeft de verwerkingsinstallatie niet aan de vergistingsinstallatie te zijn gekoppeld. Bij de mestvergisting worden echter co-producten toegevoegd. Hierdoor wordt niet meer voldaan aan de voorwaarden voor de MIA. Daarbij is niet van belang dat de vergistingsinstallatie en de verwerkingsinstallatie geheel zelfstandig kunnen functioneren en dat het afzonderlijke installaties zijn.
Meer informatie is te vinden in de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant.