Kamerbrief over mestbeleid 2022-2026
Het nieuwe mestbeleid is door de Tweede Kamer controversieel verklaard; dat betekent dat ze niet op de Kameragenda komen, totdat er een nieuw kabinet is aangetreden. Aangezien het actieplan milieueffectrapportageplichtig is en de doorlooptijd van een plan-MER circa zeven maanden is, heeft de minister de opdracht gegeven op drie scenario’s te laten doorrekenen op de milieueffecten. Aanvullend laat ze een verkennende studie uitvoeren naar economische gevolgen van deze scenario’s.
Met name maatregelen voor teelten op uitspoelingsgevoelige gronden
In de brief is de aandacht met name gericht op het telen van uitspoelingsgevoelige gewassen op uitspoelingsgevoelige gronden. Uitspoelingsgevoelige gewassen zijn gewassen waar de nitraatverliezen relatief groot zijn; voorbeelden zijn mais, aardappelen en groenten. Uitspoelingsgevoelige grond betreft met name zand en löss. Deze uitspoelingsgevoelige combinatie van gewas en grondsoort vindt in de praktijk veel plaats. Vaak leidt dit tot prima opbrengsten en daarom zijn ketens in deze regio’s sterk ontwikkeld.
Het geeft echter een veel groter risico op te hoge nitraatgehaltes in het grond- en oppervlaktewater. Het LMM-meetnet van RIVM laat dit duidelijk zien.
Minister Schouten schrijft hierover onder andere:
‘Daarbij kunnen duurzamere bouwplannen voor de akkerbouw met grotere inzet van rustgewassen en vanggewassen en minder of geen uitspoelingsgevoelige gewassen en rooigewassen leiden tot het terugdringen van nutriënten uit- en afspoeling. Zeker indien dit gericht wordt ingezet in die gebieden waar het realiseren van de waterkwaliteitsdoelen nog sterk achterblijft. Dit zijn ingrijpende maatregelen. Het grote areaal grasland op derogatiebedrijven toont wel aan dat dit effectief is om uit- en afspoeling terug te dringen.'
In eerdere communicatie gaf de minister aan dat in de periode van het komende actieplan (2022-2026) stimulerende maatregelen worden genomen en men maatregelen gaat verkennen voor een later mestbeleid. In deze brief geeft ze echter duidelijk aan dat ook in de komende periode, vanaf volgend jaar dus, al maatregelen worden overwogen.
Drie scenario's
Het zevende actieplan is zoals gezegd milieueffectrapportageplichtig. Hiervoor wordt momenteel een plan-MER uitgevoerd, waar drie scenario’s worden doorgerekend: een middenscenario met een mix van stimuleren en reguleren, een sterk stimulerend pakket en een sterk regulerend pakket, dat ook als het ‘Meest Milieuvriendelijke Alternatief’ wordt omschreven.
In het regulerende pakket wordt gedacht aan een grote verplichte inzet op bufferstroken, het aanscherpen van gebruiksnormen, de inzet op vanggewassen en een verbod op het telen van twee uitspoelingsgevoelige gewassen achter elkaar op een perceel.
Derogatie
De planning voorziet erin dat voor het einde van het jaar het zevende actieprogramma aangeboden kan worden aan de Europese Commissie.
Pas nadat over het actieplan in Brussel overeenstemming is bereikt kan Nederland een aanvraag te doen om een derogatie te verlenen.
Derogatie is de mogelijkheid om onder een aantal strikte voorwaarden een groter deel van de stikstofgebruiksruimte in te vullen met dierlijke mest. Momenteel is de norm 250 of 230 kg N (dit is afhankelijk van de regio) voor melkveebedrijven met minimaal 80% grasland. Zonder derogatie mag de stikstofgebruiksruimte voor maximaal 170 kg N uit dierlijke mest worden ingevuld.
Klik hier voor de Kamerbrief 'Opgave en voortgang zevende actieprogramma Nitraatrichtlijn'.