Wagenings experiment van 60 jaar: minder stikstofdepositie leidt tot herstel biodiversiteit

De hooilanden bij Wageningen worden sinds de jaren vijftig van de vorige eeuw intensief onderzocht. Tussen 1950 en 1990 daalde de diversiteit van plantensoorten sterk. Tussen 1990 en 2010 herstelde hij weer langzaam, en na 2010 stagneert dit herstel. De onderzoekers leggen een relatie met stikstofdepositie.
In het Ossekampen Grassland Experiment dat in 1958 begon, werden een aantal proefvelden meer dan 60 jaar onderzocht. Veranderingen in botanische soortensamenstelling, productie en bodem werden gedetailleerd gemeten. Het experiment in Wageningen is hiermee één van de oudste ecologische experimenten in de wereld.

Bodemverzuring is de oorzaak, niet een hogere productie
In de eerste dertig jaar na de start van het experiment vond een snelle daling plaats van de diversiteit van plantensoorten: de lage kruiden en korte grassoorten namen af en de vlinderbloemen verdwenen vrijwel volledig. De daling van de diversiteit blijkt vooral het gevolg van verzuring van de bodem en niet van een verhoging van de productie, wat meestal wordt verondersteld. Het is opmerkelijk dat zelfs op deze gebufferde kleigronden in dertig jaar tijd de zuurgraad van de bodem sterk is gedaald (van pH = 5 naar pH = 3.8). De belangrijkste veroorzaker van deze bodemverzuring waren volgens het onderzoek zwaveldioxide en de snel stijgende stikstofdepositie tussen 1950 en 1990. 
Een deel van het verlies van diversiteit in de beginjaren moet overigens worden toegeschreven aan de omvorming van wisselweide naar hooiland. In deze periode verdwenen typische weidesoorten als kamgras en witte klaver, terwijl het tientallen jaren duurde voordat de soorten die kenmerkend waren voor voedselarme hooilanden zich konden vestigen (bijv. blauwe zegge, tandjesgras en kruipend zenegroen). Het grootste deel van de verarming bleek echter het gevolg van de gemeten bodemverzuring.

Stagnatie
Na 1990 daalde, dankzij milieumaatregelen in landbouw en verkeer, de stikstofdepositie en nam de diversiteit weer langzaam toe. Hetzelfde gebeurde met de lage kruiden (bijv. geel walstro en kruipend zenegroen) en de vlinderbloemigen (bijv. gewone rolklaver). Maar na 2010 stagneerde dit herstel van de diversiteit. Ook de zuurgraad van de bodem bleef steken op pH = 4.0. In deze periode nam de stikstofdepositie – met name de depositie van ammoniak – op deze percelen niet verder af.
Bron: Groen Kennisnet
Publicatie: 23-04-2021