Gemeente Leudal heeft droger van digestaat terecht stilgelegd
Omwonenden van een bio-vergistingsinstallatie hebben de Limburgse gemeente Leudal gevraagd de niet-vergunde activiteiten van een bedrijf stil te leggen nu de voor het droogprocedé aangevraagde vergunning is geweigerd. De gemeente heeft besloten handhavend op te treden en heeft aan het bedrijf een last onder dwangsom opgelegd. Het bedrijf vroeg de rechter het droogprocedé niet te hoeven stilleggen in afwachting van het beroep dat werd aangetekend tegen de weigering van de aangevraagde omgevingsvergunning. Daar gaat de rechter niet in mee, omdat dat betekent dat de omwonenden dan langer last hebben van de niet vergunde activiteiten.
De rechtbank Limburg heeft op vrijdag 1 februari geoordeeld dat het gebruik van de tunneldroger met luchtwasser en het bouwen en gebruiken van de opslagvoorziening wél overtredingen van de regels zijn, maar het gebruik van de zeefbandpers met luchtwasser niet. Het feit dat de brikettenpers defect is, brengt mee dat ook het gebruik daarvan niet gezien kan worden als een overtreding. Voor de wel vastgestelde overtredingen moet de gemeente in beginsel optreden en in de omstandigheden van het geval ziet de rechter geen grond om af te zien van handhavend optreden.
De financiële en contractuele verplichtingen die het bedrijf is aangegaan voor het afzetten van de gedroogde digestaat zijn voor haar rekening en risico. Het niet of moeilijk kunnen afzetten van natte digestaat is niet een gevolg van het besluit van de gemeente, maar van het functioneren van de markt voor mestverwerking. Voor de hoogte van de dwangsom moet de gemeente Leudal wel nog een betere motivering geven, maar dat staat aan het stilleggen van de tunneldroger niet in de weg.
De gemeente Leudal heeft het bedrijf ook verplicht de opslagvoorziening af te breken, maar dat vindt de rechter te ver gaan, omdat die opslagvoorziening in de toekomst wel rechtmatig voor opslag van voer of kunstmest gebruikt kan gaan worden.
Zie voor meer informatie de uitspraak van de rechtbank Limburg.
Bron:
Rechtbank Limburg, 01/02/2019
Publicatie: 04-02-2019