Tot dusver SDE voor 232 mestverwerkingsprojecten

Per 1 februari 2021 zijn er binnen de SDE++ 232 projecten in beheer voor mestvergisting of co-vergisting op 157 verschillende locaties. Soms zijn dit meerdere projecten op dezelfde locatie. Daarnaast is van 2 SDE-projecten bekend dat ze energie opwekken door de verbranding van vooral mest. Dat schrijft minister Van 't Wout van Economische Zaken en Klimaat aan de Tweede Kamer in reactie op vragen van de Partij voor de Dieren.

Mestverwerkers dienen te zijn aangemeld en erkend bij de NVWA in het kader van de verordening Dierlijke Bijproducten. Momenteel zijn er in totaal 143 bedrijven erkend door de NVWA voor de productie van gehygiëniseerde of verwerkte mest. Dat zijn:



  • 47 (co)vergisters

  • 45 composteerders

  • 48 producenten organische meststoffen

  • 4 mestverbranders


Voor de installaties is in de periode van 2008 tot en met 2020 via de SDE-regelingen 460 miljoen euro voor mestvergisting en 28 miljoen voor mestverbranding betaald. In de periode tussen 2016 en 2021 heeft het ministerie van LNV één subsidieregeling ter stimulering van mestverwerking gehad. Er was 9,98 miljoen beschikbaar, waarvan ruim 7,3 miljoen is uitgekeerd voor 13 projecten.


De kostprijs per vermeden ton CO2 van mestvergisters en verbranders varieert van project tot project. Het is  afhankelijk van het type energie dat wordt geproduceerd. Voor de openstelling van de SDE++ 2020 heeft PBL berekend dat de verwachte subsidie voor de productie van hernieuwbaar gas door grootschalige monomestvergisting 131 euro per ton CO2 bedraagt. Mestverbranders zijn onderdeel van de categorie grote ketels op biomassa met een verwachte subsidie van tussen de 88 en 102 euro per ton CO2.


Voor het verwerken van mest is in de regel warmte nodig. In sommige gevallen wordt daarvoor aardgas ingezet, in de meeste gevallen echter komt die warmte vrij tijdens het verwerkingsproces. Er worden geen cijfers bijgehouden van het aardgasgebruik bij mestverwerkers en het is niet precies bekend welk gedeelte van de mestverwerkers gebruik maakt van zelf opgewekte energie voor het verwerkingsproces.


Het Joint Research Centre van de Europese Commissie concludeert dat de productie van herwonnen stikstofmeststoffen uit dierlijke mest gepaard gaat met productie-emissies van 0,54 tot 1,3 kilo CO2-equivalenten per kilo stikstof. Voor stikstof in kunstmest is dat 3 kilo CO2-equivalenten per kilo stikstof. Overigens geldt dit cijfer bij regionale toepassing van  kunstmestvervangers, als de meststoffen over een grotere afstand getransporteerd worden, is de klimaatimpact groter.

Bron: Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, 30/03/2021
Publicatie: 02-04-2021