Methaanconcentraties in mestkelders kunnen hoog oplopen

Methaanconcentraties in de mestkelder kunnen hoog oplopen. Aandacht hiervoor in het management van veehouders is van belang. Dat blijkt uit tussenresultaten van een project onder leiding van CLM Onderzoek en Advies, waarin op 2 melkveebedrijven continu metingen werden uitgevoerd op verschillende plekken in de mestkelders. De uitkomsten zijn een tussenresultaat en kunnen niet worden gezien als representatief voor de verschillende vloertypen in de stal. 

CLM Onderzoek en Advies  voerde samen met Monteny Milieuadvies en Biont Research de methaanmetingen uit. Op de 2 melkveebedrijven bedrijven wordt sinds mei 2020 het methaan en ammoniakgehalte gemeten op verschillende plaatsen in de mestkelders. Eén van de bedrijven heeft een traditionele roostervloer, het andere bedrijf heeft een emissiearme vloer.

Uit de metingen in de periode mei-september 2020 blijkt dat de verschillen in methaanconcentraties tussen de bedrijven groot zijn. Zo lag de gemiddelde dagconcentratie in de kelder op het bedrijf met een traditionele roostervloer op 38 ppm, op het bedrijf met de emissiearme vloer was het daggemiddelde 1652 ppm. De maxima lagen minder ver uit elkaar en traden vooral op tijdens het mestmixen.


Tijdens mestmixen lagen de waarden rond de 15.000 ppm in de kelder met de traditionele roostervloer en 24.000 ppm in de kelder met een emissiearme vloer. De ondergrens voor een explosief methaanmengsel bedraagt 44.000 ppm. Waarden rond dat niveau zijn tijdens het onderzoek niet gemeten. Wel zijn er grote pieken gemeten tijdens het mestmixen, waarbij de concentraties binnen 30 minuten kunnen oplopen van minder dan 1.000 ppm tot boven 20.000 ppm, om vervolgens even snel weer te dalen.


Gezien de grote verschillen in concentraties tussen meetpunten en het snelle oplopen van de concentraties tijdens het mixen, is het denkbaar dat er stallen zijn met plekken waar de concentraties op sommige momenten kortdurend kunnen oplopen tot het niveau waarop er risico op explosiegevaar bestaat. In de stal zelf lagen de concentraties gemiddeld op 15-46 ppm en buiten hooguit op enkele ppms.
 
Naast methaan werden ook de ammoniakconcentraties gemeten in de kelders. Hier bedroegen de gemiddelde waardes respectievelijk 15 en 17 ppm. Uitschieters lagen lagen op ongeveer 200 en 300 ppm. In de stal zelf lagen deze concentraties gemiddeld op 1-2 ppm en buiten hooguit op enkele tienden ppm.


Meer informatie is te vinden in de Tussenrapportage Keldermetingen methaan- en ammoniakconcentraties.

Bron: CLM Onderzoek en Advies, 08/03/2021
Publicatie: 08-03-2021